TORNADO’S IN OKLAHOMA: WACHTEN OP EEN CUMULUS ERECTUS

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – Aan het eind van de middag schelt er een stem door de twaalfpersoons Ford-bus. ,,Een cumul!”, roept Eric Terpstra opgetogen. Vier hoofden schieten in de richting waar hij naar wijst. Daar hangt een nauwelijks zichtbare witte wolk een wolk te wezen. Maar het is genoeg om de Nederlandse tornadojagers in opperste staat van opwinding te brengen.
Zo’n ‘cumul’, afkorting van cumulus oftewel stapelwolk, kan zomaar uitgroeien tot een flinke onweersbui. En een onweersbui kan weer leiden tot een tornado. En precies voor dat spectaculaire weerfenomeen – en dus niet om als ramptoerist de schade te bekijken – rijden de mannen drie weken over de Great Plains.
Vrijwel ieder jaar sinds 1996 neemt een aantal werknemers van het Wageningse weerbureau Meteo Consult vakantie om in de Verenigde Staten op tornado’s te ‘jagen’. Het tornadoseizoen beleeft in mei doorgaans het hoogtepunt in Tornado Alley, een strook in het midwesten van het land. Daar – begrensd door de Rocky Mountains aan de ene kant en de Appalachen aan de andere kant – botst hete, vochtige lucht uit de Golf van Mexico en hete, droge lucht uit Mexico op koude lucht uit Canada.
Maar voor een tornado zijn nog meer ingrediënten nodig: cap (inversie), cape (onstabiliteit) en jet (bovenluchtstroom). In Jip-en-Janneketaal: de lucht in de bovenste luchtlaag moet kouder zijn als die in de onderste luchtlaag. Dan kan de stapelwolk als een heteluchtballon naar boven stijgen en een cumulus erectus worden. ,,Meteorologenhumor”, lacht Wouter de Baar. Is de lucht daarboven droog (als de inversie sterk is), werkt dat als een deksel.
De lucht is deze dag wolkenloos blauw, de zon schijnt. Het is ‘slecht weer’ in Oklahoma. Hoe De Baar ook op het scherm van zijn laptop tuurt, de regenboogkleuren van de verschillende weer- en windkaarten voorspellen hetzelfde. Een prachtige dag. Maar niet als je tornadojager bent.
Meteoroloog De Baar (28), voor de derde keer op de Plains, is vandaag verantwoordelijk voor de ochtendbriefing. In een hotelkamer in een buitenwijk van Oklahoma City bespreekt hij de kaarten met zijn net wakkere teamgenoten. IT’er Arno Paanstra (33) is dit jaar voor de zevende keer mee en zag de meeste tornado’s. Meteoroloog Floris Bijlsma (34) jaagde al vier keer en IT’er Ben Peters (34) is voor het eerst mee. Oud-collega Eric Terpsta (44) heeft zich later aangesloten voor een weekje ‘storm chasen’.
Degene die de briefing geeft, beslist in samenspraak met de anderen de dagkoers. Als de keus moeilijk is, hakt veteraan Paanstra de knoop door. Soms rijden de chasers wel 1000 kilometer op één dag om een paar staten verderop een onweersbui te zien ontstaan. Er hoeven deze dag geen grote afstanden te worden gereden. Als er een bui ontstaat, is die kans het grootst in Oklahoma zelf, concludeert De Baar.
De koffers worden achterin de bus – ooit wit, maar nu stoffig van anderhalve week chasen – gestapeld. Bij het verhuurbedrijf vertelde Paanstra de dame achter het loket dat ze wel eens veel kilometers zouden gaan maken. De Plain strekken zich immers uit van Texas in het zuiden naar North Dakota in het noorden. ,,We gaan ijsberen kijken in Canada”, spelde hij haar op de mouw. Niks aan de bus verraadt nog dat het om een standaard-huurauto gaat. Op de motorkap en deuren is het blauwe logo met een trechtervormige wervelwind geplakt – goed voor veel nieuwsgierige blikken op de snelweg en aanleiding voor veel Amerikanen om een praatje te maken – er staan extra antennes op het dak voor mobiel internet en satelliet en op het dashbord ligt een veelheid aan kabels verstopt onder zwart Duck-tape. Aan de achteruitkijkspiegel bungeld een mascotte: een rubber badeendje van collega Margot Ribberink, die er dit jaar niet bij is.
Bijlsma zit achter het stuur, Paanstra zit er naast met gedetailleerde wegenkaarten en een laptop op schoot. Continu worden de meest recente weerkaarten opgehaald en geanalyseerd. Vanaf de achterbank kijken Peters, De Baar en Terpstra mee. De route voert door Chickasha, waar een paar dagen eerder een kleine tornado schade aanrichtte. Gebouwen zijn verwoest, bomen omgeknakt en de lokale Shell mist de ‘S’ en een ‘l’. Maar tanken in de ‘hel’ kan niet. De pomp is door de schade gesloten.
Geduld hebben hoort bij het ‘chasen’. Pas na twee jaar jagen zag het team de eerste tornado’s en nog steeds zijn er jaren dat ze drie weken lang kris-kras door de midwest rijden zonder een tornado te zien. Dit jaar is al een succes: de eerste tornado’s zijn inmiddels vastgelegd voor op de website tornadojagers.nl.
De opwinding over de bloemkoolwolk, ongeveer 50 kilometer ten noorden van Hinton, blijkt voor niks. De cumulus valt uit elkaar. Het team stapt uit om de mooie zonsondergang vast te leggen, voor ze anderhalf uur verderop een motel opzoeken. Morgen is er weer een dag.
Advertenties