RUBRIEK STANDPLAATS: ENGELTJES IN NEWTOWN

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – Vrijdag 14 december 2012 zou hoe dan ook al een vreemde dag worden. In Nederland namen mijn collega’s met een knalfeest in Den Haag afscheid van ‘ons’ persbureau GPD, waar ik om logistieke redenen niet bij kon zijn. Ik zou ’s avonds in Madison Square Garden naar het concert van de overigens zeer vredelievende rockband The Killers gaan. In plaats daarvan bracht de dag één killer.
Adam Lanza schoot zichzelf een basisschool binnen in Newtown, Connecticut. Bij de eerste berichten reageerde ik nog laconiek. Je kunt onmogelijk voorkomen dat je afgestompt raakt in een land waar zo vaak doden vallen door vuurwapengeweld. Op een wapenshow kun je zo met een AK-47 naar buiten wandelen, maar met een flesje water het vliegtuig in: ho maar.
New York Times-columnist Nicholas Kristof schreef dat het moeilijker is om een huisdier te adopteren dan om een wapen te kopen. Dat klopt. New Yorkse vrienden wilden een hond een liefdevol thuis geven, maar er kwam een volledige ballotage aan te pas. En de echtgenoot moet ook even langskomen om ‘gekeurd’ te worden. Anders mag de hond niet mee.
Tergend langzaam werd duidelijk dat het drama in Newtown van een heel andere orde was. Minus de dader werden 27 mensen, waaronder twintig jongens en meisjes van zes en zeven jaar, doorzeefd met kogels in een slaapstadje op anderhalf uur van New York City. Ik huurde een auto en reed zaterdagochtend naar het noorden. Op de parkeerplaats in het dorp Sandy Hook, onderdeel van Newtown, wilde ik mijn auto eigenlijk niet uit.
Maar ik moest eruit. En ik zag veel geknakte mensen. Diep verdriet. Totaal onbegrip. Mensen die speciaal voor de goede scholen en het veilig ‘small town America’ naar Newtown waren verhuisd. Waar de Sandy Hook Elementary School alles deed om ellende te voorkomen: zomaar binnenlopen kon niet en de school hield regelmatig ‘lockdown’ oefeningen.
Maar ik zag ook mensen die hun ‘15 minutes of fame’ roken. Die maar wat graag met de pers spraken. Geroutineerd hun naam spelden voor de camera’s of verslaggever met notitieblok. Aan het eind van de middag zag ik een moeder met haar jonge dochter, niet ouder dan een jaar of zes, lopen. Dochterlief met witte engelvleugeltjes op haar rug. Die lieten ze achter bij een geïmproviseerde monument. Misschien kwam het uit een goed hart. Misschien was het meisje een vriendinnetje van de doodgeschoten Olivia Engel, die afgelopen weekend in het kerstverhaal de engel zou zijn. Maar het leek alsof ze haar dochter gebruikte om media-aandacht te krijgen. Zo’n schattig meisje met engelvleugeltjes, daar komen de camera’s wel op af. En ze had gelijk.
Ik hield er een nare smaak aan over. Tijdens de terugrit naar huis dacht ik: misschien zullen de beelden van een ‘engel’ die nog wél rondhuppelt ervoor zorgen dat Newtown een omslagpunt wordt.
Misschien ben ik naïef. Is de wens de vader van de gedachte. Maar ik denk dat de tragiek van de twintig dode kindertjes zal zorgen voor een mentaliteitsverandering.
Natuurlijk zullen wapens nooit verdwijnen in de VS. Maar verplichte controles op strafblad en geestelijke gesteldheid en een verbod op wapens die duidelijk alleen bedoeld zijn om in een zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk slachtoffers te maken, lijken me een goed begin. Zoals de New York Times al concludeerde: het zou moeilijker moeten zijn om een wapen te kopen, dan een hond uit het asiel te halen.
Dat concert van The Killers ging overigens niet door; de zanger had keelontsteking. Maakt niet uit, ik was er toch niet meer voor in de stemming.

Advertenties

RUBRIEK STANDPLAATS – HET ZWARTE GAT

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
CHICAGO (GPD) – Het is dinsdag 6 november. Voor het laatst besnuffelen de bomhonden van de Secret Service mijn tas en moet ik mijn laptop aanzetten om te laten zien dat het zich niet enkel voordoet als een designhoogstandje van Apple. In McCormick Place, een weinig sfeervol congrescentrum in Chicago, komt een eind aan het verkiezingsjaar.
Chicago is een knappe stad, met de conclusie die Obama in 1985 trok toen hij pas in de stad was aangekomen, kan ik het alleen maar eens zijn. Zelfs toen twee weken geleden mijn onschuldige huurauto werd weggesleept van een parkeerplaats in de niet al te beste wijk South Side, op een naargeestig industrieterrein achter slot en grendel werd gezet en pas na betaling van ‘losgeld’ à 200 dollar werd vrijgelaten, vond ik Chicago leuk.
Toen ik namelijk een half uur in de regen op een straathoek stond te wachten op een taxi (waarom zijn die er nooit als je ze nodig hebt, en altijd als je ze niét nodig hebt?), zag ik dat ik niet op zomaar een straathoek stond.
De clou was een mompelende zwerver die naar een (ik dacht denkbeeldige) plek naast me wees. Ik probeerde de man te negeren, huiverig om in deze wijk aan te pappen met de eerste de beste brabbelende dakloze. Maar toen hij door was gesjokt keek ik toch om. In het plantsoen, tussen sierkooltjes en roze bloeiende vetplanten, lag een steen met een plaquette waarop de beeltenis van de president en de First Lady prijkt.
‘Op deze plek zoende president Barack Obama voor het eerst met Michelle Obama’, las ik. Maar er stond meer op: over hoe Barack Michelle op hun eerste afspraakje meenam naar ijssalon Baskin Robbins en haar daar trakteerde op het lekkerste ijs. Op de stoeprand lepelden ze hun bakje leeg en toen kuste Barack haar. ,,Het smaakte naar chocolade”, zou Obama in 2007 tegen Oprah Winfrey vertellen.
Dat had ik allemaal gemist als mijn auto gewoon had gedaan wat auto’s op parkeerplaatsen doorgaans doen: blijven staan.
Het is één van de vele anekdotes uit een jaar dat grotendeels in het teken stond van de presidentsverkiezingen. Wat leek 6 november 2012 nog ver weg, toen ik op Nieuwjaarsdag in een koud Des Moines, Iowa landde. Daar trapten de Republikeinse presidentskandidaten de voorverkiezingen af. Toen al leek Mitt Romney de enige levensvatbare kandidaat en zag ik hem in zaaltjes in Des Moines, Concord, Cincinnati en Denver transformeren van houten klaas naar een man met presidentieel allure die met zelfvertrouwen voor tienduizenden aanhangers sprak – hij leek er op het eind bijna aardigheid in te krijgen. Maar belangrijker: ik zag de twijfelende Republikeinen, die aanvankelijk nog door Romney overtuigd moesten worden, veranderen in overtuigde Romney-fans. Het bleek niet genoeg.
Toen de rood-wit-blauwe ticker tape neerdwarrelde op de First Family in McCormick Place en journalisten in de perszaal op de tafels dansten uit vreugde over Obama’s herverkiezing kwam het besef: het verkiezingsjaar zit er op. Geen politieke spotjes meer op tv, geen bedelmails van Ann Romney of Michelle Obama of ik toch alsjeblieft 5 dollar wil overmaken naar de campagne en – nog het ergste – geen gesprekken meer met Amerikanen die ik op reis tref. Nu volgt het zwarte gat. Je hoort er wel eens over, maar nu zit ik er zelf in. En in Chicago, waar het het in november 2012 bijna net zo koud is als in Des Moines in januari 2012, word ik er weemoedig van.

AMERIKA KIEST: OPKOMST

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – Nooit eerder heb ik een vrouwelijke taxichauffeur getroffen, en dat zeg ik als ik op het vliegveld van Denver bij Samira Habib in de auto stap. Ze trekt haar oranje hoofddoek nog wat strakker om haar hoofd en zegt vastberaden: ,,Dat kunnen vrouwen ook hoor.”
Oeps, zo had ik het natuurlijk niet bedoeld. Maar al snel komt het goed tussen Samira en mij. Ze vertelt hoe ze zestien jaar geleden vanuit Ethiopië naar de VS is gevlucht. Hoe ze inmiddels Amerikaans staatsburger is. En hoe dol ze is op Barack Obama.
Blijft Obama nog vier jaar op 1600 Pennsylvania Avenue wonen of trekt Mitt Romney met zijn Ann op 21 januari in het Witte Huis? Een jaar lang heeft Amerika naar de presidentsverkiezingen toe geleefd/de presidentscampagne vervloekt. Vandaag moet het verlossende woord klinken (als stembusellende zoals in 2000 tenminste uitblijft). Het is een dooddoener, maar de sleutel is in handen van de kiezers. En vooral hoe massaal die naar de stembus komen.
Opkomst is dus cruciaal. Daarom verbaast het me dat Samira, na haar zojuist verklaarde liefde voor Obama, zegt dat ze nog niet weet of ze in 2012 wel gaat stemmen. Ja, in 2008 deed ze dat wel, op Obama natuurlijk. ,,Maar wat heeft hij de afgelopen vier jaar nou bereikt?”
Ik schreef op deze plek al eerder over het tanende enthousiasme voor en over Obama 2012 ten opzichte van Obama 2008. Dat is deze dinsdag zijn grootste gevaar. Want waar veel Democratische kiezers apathisch zijn over de verkiezingen, zijn Republikeinen wél gemotiveerd om een andere president te kiezen. Kiezers die al tijden niet meer stemden, staan nu te trappelen om vandaag op een drafje naar stemcomputer of stemhokje te gaan en voor Mitt Romney te kiezen.
Daarom sprak Obama het laatste campagneweekend zijn stem letterlijk en figuurlijk schor op acht podia in zeven staten. Hij moest nog even het vuur oppoken. De president kwam ook nog langs in Samira’s thuisstaat Colorado. Ik ben benieuwd of hij haar overtuigd heeft. Misschien blijft ze vandaag gewoon thuis. Of rijdt ze in haar taxi. Wat ze namelijk uitstekend kan.

AMERIKA KIEST: ‘SCHOOLREISJE’ NAAR OHIO

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – Het doet nog het meest denken aan het verzamelpunt voor een schoolreisje. Op de negende verdieping van 520 8th Avenue in New York meldt de ene na de andere zich met rugzak, weekendtas, slaapzak en/of koffer. Maar dit zijn geen kinderen. Ze zijn oud, jong, man, vrouw, dik, dun, zwart, wit en hebben één ding gemeen: ze gaan naar Ohio om campagne te voeren voor Barack Obama.
Daar, in het NewYorksekantoor van Obama zie ik hoe Josh Clayton een blauwe sticker op z’n borst geplakt krijgt. Het geeft aan dat hij in niet in de gele, groene of roze bus zit (schoolreisje, ik zei het toch!), maar in de blauwe naar de staatshoofdstad Columbus. ,,Hoe kan het ook anders”, grapt hij. Want blauw is in verkiezingstijd niet zomaar blauw, maar ‘Democrat blue’.
De Verenigde Staten bestaan uit vijftig staten. Maar tijdens de presidentsverkiezingen lijken er maar een handvol over te zijn: in die staten is het nagelbijtend spannend wie er gaat winnen (in de andere staten is dat al een uitgemaakte zaak, daarom heeft Mitt Romney niet eens een kantoor in New York). ,,Helaas worden deze verkiezingen vanwege ons kiessysteem in één staat beslist”, zegt Josh: ,,Ohio.”
Dan is het niet gek dat in die staat Obama en Romney het hardst vechten om de winst. Niet alle wegen naar het Witte Huis leiden door Ohio, maar zonder die staat wordt het een stuk moeilijker om er te komen. Alle hulp is dus welkom, ook als die van ver buiten die staat moet komen.
Vandaar de vier propvolle bussen. Die zijn nodig om de New Yorkers in tien uur van Manhattan naar Columbus te brengen, waar ze vier dagen lang op deuren kloppen om kiezers ervan te overtuigen op Obama te stemmen. Dat betekent ook vijf nachten bivakkeren bij lokale Obama-vrijwilligers op luchtbedden en banken.
Ik ben verbaasd dat zoveel van mijn stadsgenoten dit offer willen brengen voor een politicus. Maar Josh, behangen met rugzak, laptoptas en slaapzak, vindt het logisch. ,,Vanwege Sandy kan ik niet werken. Dan kan ik net zo goed naar Ohio gaan, waar ik nog wel nuttig ben. Daar zorg ik er misschien voor dat Obama de tweede termijn krijgt die hij verdient.”

AMERIKA KIEST: ‘YOU DIDN’T BUILD THAT’

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – Herb Brodsky is in geen jaren een Starbucks binnengelopen. ,,Als je een echt goede hamburger wilt, ga je ook niet naar McDonald’s.” De koffie die bij de koffieketen wordt geschonken, vindt hij bocht. De koffiebonen zijn er te lang geroosterd. ,,Het is net als met steak: als die doorbakken is, proef je niks meer van het vlees.” Herb kan het weten, hij is koffiebrander.
Tien jaar geleden richtte hij samen met zijn zoon Jake Novo Coffee op, een koffiebranderij gespecialiseerd in ‘goede’ koffie. Ik ben in zijn zaak op een industrieterreintje in Denver om één vraag te stellen: hebben de Brodsky’s hun zaak zelf opgebouwd?
Dat is namelijk dankzij een uitspraak van Barack Obama een onderwerp in deze verkiezingscampagne. ,,Als je een bedrijf hebt, you didn’t build that.” De president bedoelde niet dat een ondernemer het niet zelf heeft opgebouwd, maar dat er altijd voorwaarden en omstandigheden zijn die succesvol ondernemerschap mogelijk maken.
Maar die context vergat Romney gemakshalve even. Die hoorde kritiek op ondernemers en dacht: bingo! Want Obama’s opmerking was een perfect voorbeeld van een president die tegen de vrije markt is en hoe zijn regering er alles aan doet om blokkades op te werpen die het voor ondernemers moeilijk maken. Op de Republikeinse conventie, deze zomer, stond zelfs een hele dag in het teken van ‘We Build It’ (het is wél onze verdienste).
Terug naar de koffiebranderij in Denver. Herb moest lachen om mijn vraag en zei: ,,We build it.” Om vervolgens direct te nuanceren: ,,Maar we hebben het niet helemaal zelf gedaan.” Toen Novo Coffee in 2002 begon, waren er belastingvoordelen die het voor vader en zoon makkelijker maakten. Daar profiteren ze nog altijd van. ,,Ik heb op geen enkele wijze het gevoel dat ik door de overheid wordt gedwarsboomd. Integendeel.”
Toch blijkt Romney’s slimme gebruik van Obama’s niet zo slim gekozen woorden een gouden greep. Het is blijven hangen in de hoofden van veel MKB’ers: Obama denkt niet dat ik mijn eigen zaak zelf heb opgebouwd. Dat gaat hem stemmen kosten.

AMERIKA KIEST: VROUWENRECHTEN

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – Toen Lesley Gore zeventien was, zong ze ‘You Don’t Own Me’. Het nummer kwam in 1963 op nummer 2 in de Amerikaanse hitparades (net na ‘I Want to Hold Your Hand’ van The Beatles). Nu is Gore 66 en is de boodschap van haar liedje nog altijd actueel, zegt ze in een spotje vóór vrouwenrechten en tégen Mitt Romney waarin haar hit wordt gebruikt.
Ik kreeg een link naar het filmpje doorgemaild van Monique Johannet. Ik had nooit van het bestaan ervan geweten als ik niet naar de boerenmarkt van Belmont, in de Amerikaanse staat Massachusetts, was gegaan. Belmont is (één van) de woonplaats(en) van Mitt Romney en ik verwachtte er louter enthousiaste Republikeinen tegen te komen. Mis.
Op de laatste Farmers Market van het seizoen sprak ik er met marktmeester Suzanne Johannet (de zus van). Ze had niks aardigs te zeggen over Romney. Met de gemeenschap van Belmont heeft hij niks, begon Suzanne meteen. ,,Romney weet niet dat we hier ook voedselbonnen accepteren en dat veel van zijn dorpsgenoten daarvan afhankelijk zijn”, zegt ze. ,,Sterker: hij weet vast niet eens dat hier iedere week een boerenmarkt wordt gehouden.”
Monique, die met haar twee hondjes haar zus gedag komt zeggen, heeft een fundamenteler probleem met de Republikeinse presidentskandidaat. Ze vindt dat hij (en zijn partij) vrouwen hun rechten ontneemt. ,,Ze willen het recht op abortus terugdraaien, vinden dat zorgverzekeringen anticonceptie niet hoeft te vergoeden en willen de subsidie van Planned Parenthood intrekken.” Die organisatie – vergelijkbaar met de Rutgers Stichting – verzorgt in de VS onder andere seksuele voorlichting en tests op geslachtsziekten en HIV.
Het is tegen het zere been van Monique dat heren in driedelig grijs beslissingen nemen over de hoofden van vrouwen heen. Vooral omdat die zorgverzekeringen die volgens Romney de pil niet hoeven te vergoeden, wél erectiepillen moeten vergoeden. ,,Dat is meten met twee maten”, foetert ze.
Overigens, ‘You Don’t Own Me’ wordt dan wel gebruikt als feministisch strijdlied, maar werd geschreven door twee mannen. Dat heb ik Monique maar niet verteld.

AMERIKA KIEST: ZE BESTAAN NOG

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – Het enthousiasme voor Barack Obama is anno 2012 veel minder dan in 2008. Door het uitblijven van de zo vurig gehoopte ‘change’ zijn ze gedesillusioneerd geraakt. Maar ze bestaan nog wél, de idolate, wil-geen-kritiek-op-hem-horen Obama aanhangers. Ik weet het zeker, want ik ken er één.
George Thomas woonde voor mij in mijn appartement. Hij werkte op kantoor bij zakenkrant The Wall Street Journal. Nu is hij gepensioneerd en is hij van de miljoenenstad verhuisd naar een dorp met 2500 inwoners in Pennsylvania.
Zo nu en dan hebben we contact, want hoewel hij al ruim twee jaar geleden is verhuisd, krijg ik nog steeds regelmatig zijn post. Een paar weken geleden haalde ik een envelop met informatie over zijn stembureau uit mijn postvakje. Ik liet hem dat weten en hij reageerde als volgt. ,,We kunnen alleen maar bidden dat Obama wint. Anders verlaat ik het land.”
Hij meent het nog serieus ook. George is één van de meest linkse personen die ik ken en Democraat in hart en nieren. Hij werkte in 1972 al voor de campagne van de recent overleden presidentskandidaat George McGovern (hij kan smakelijk vertellen over hoe hij op een avond te diep in het glaasje keek en tegen de gouverneur van Ohio aanviel) en was bij de Democratische conventie in 1980. Graag laat hij mij vertellen over Nederland, dat in tegenstelling tot de VS – en dit zijn zijn woorden, niet de mijne – wél een beschaafd land is.
Hoewel de Republikeinse presidentskandidaat Mitt Romney graag Europa als angstbeeld mag voorspiegelen (,,Nog vier jaar Obama en we zijn Europa!”), vindt George het maar wat fijn dat de VS in zijn ogen, bijvoorbeeld door Obamacare, van de ‘Nieuwe Wereld’ richting de ‘Oude Wereld’ opschuift.
Zijn huidige gemoedstoestand wisselt momenteel van ‘hysterisch bang’ voor een overwinning van Romney tot ‘geweldig optimistisch’ dat de president nog vier jaar aanblijft. ,,In Europa houden ze van Obama hè? Wat jammer dat jullie niet mogen stemmen.”

AMERIKA KIEST: OBAMA-COMPLOTTHEORIEËN

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – Reizend door de Verenigde Staten kom je als correspondent kleurrijke mensen tegen – dat maakt het werk ook zo leuk – maar soms spreek je mensen waarvan je steil achterover slaat. Gina is zo’n mens.
Ik spreek haar in de staat New Hampshire, waar Romney en Obama vechten om iedere stem, en zonder dat ze in eerste instantie ook maar weet wie ik ben en wat ik doe, barst ze los: sinds Ronald Reagan (1981-1989) heeft ze niet meer gestemd. Maar dit keer wist ze niet hoe snel ze zich moest registreren als kiezer. Want met haar stem kan ze Obama het Witte Huis uit krijgen. En dat is haar doel.
Dat er veel Amerikanen zijn die het oneens zijn met Obama is geen verrassing, dat is inherent aan de politiek. Maar Gina is één van de velen die alle bizarre beschuldigingen aan het adres van de president voor zoete koek slikken.
Obama is een terrorist, want: ,,Obama, Osama – het scheelt maar één letter. Dat zegt genoeg.” Obama dealde twintig jaar geleden cocaïne; Obama wil alleen maar de stem van de zwarte Amerikanen en Latino’s, om ‘ons’ (de blanken) bekommert hij zich niet. Obama is een moslim. En de klassieker: Obama is niet in Amerika geboren.
Vraag me niet hoe het kan, maar voor Gina zijn deze complottheorieën feiten. Het heeft ook geen zin om met haar in discussie te gaan, al probeer ik het wel. Want Obama heeft vorig jaar toch zijn volledige geboortebewijs openbaar gemaakt? De verbazing om zoveel onnozelheid van mijn kant spat van haar gezicht. Want dat geboortebewijs, dat is natuurlijk nep.
Zakenman en Obama-criticaster Donald Trump probeerde vorige week Obama zover te krijgen om – in ruil voor een donatie van 5 miljoen dollar aan een goed doel van zijn keuze – zijn universiteitsdocumenten vrij te vrijgeven. Gina: ,,Hij heeft ooit miljoenen betaald om die documenten geheim te houden. Dat geeft toch aan dat hij wat te verbergen heeft?”
Grote onzin natuurlijk, stelden factcheckers die het naplozen. Maar voor Gina is het de waarheid. En het allerergste: er zijn eng veel Amerikanen die het geloven.

AMERIKA KIEST: ‘GROUND GAME’

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – Onder vrijwilligers op het campagnekantoor van de Democraten in Boulder, in de Amerikaanse staat Colorado, doet een grapje de ronde: ‘We hebben nog zeven dagen om de wereld te redden’.
Dezer dagen draait het allemaal om de ‘ground game’ van de kandidaten: de organisatie van de campagnes op de plekken waar het er toe doet. En Barack Obama zou daarin het beste zijn. Hij bouwde in 2008 aan een zogeheten grassroots-team: een netwerk van campagnekantoortjes en een heleboel vrijwilligers.
Eén van die vrijwilligers is Emile Colby. Net als veel Amerikanen heeft Emile (22) zelf harde klappen gekregen door de crisis. Toen de aandelenmarkt kelderde, verloor ze de helft van het geld dat ze had gespaard voor haar studie. Haar moeder raakte werkloos en kon haar huis niet langer betalen. Maar waar Romney daarvoor de beschuldigende vinger wijst naar Obama, ziet Emile de president juist als degene die Amerika uit dat diepe dal trok.
De studente Engelse literatuur aan de University of Colorado heeft opvallend rood haar en rood gestifte lippen. Maar ik ben afgeleid door haar oren. Daarin hangen grote zilverkleurige olifanten. Ze schrikt als ik haar vraag waarom ze in hemelsnaam met het dier dat al sinds 1874 hét symbool van de Republikeinen is – en dus van de rivaliserende partij – langs de deuren wil gaan. ,,Ik heb er geen moment aan gedacht. Het was een cadeau van mijn moeder.”
Vier jaar geleden wist Obama te winnen mede dankzij studenten die voor het eerst massaal naar de stembus gingen, geïnspireerd door zijn campagne voor ‘hoop en verandering’. In 2012 zijn veel van die studenten afgehaakt. Dit keer kijken ze tot grote woede van Emile passief toe. Want juist studenten zouden moeten beseffen hoe belangrijk vier jaar Obama voor hen is, zegt ze. ,,Obama heeft ervoor gezorgd dat de rente op de leningen laag blijft. Zonder hem wordt studeren onbetaalbaar.”
Zelf is ze nóg meer betrokken bij de campagne. Sommige weken werkt ze zelfs 50 uur – naast haar fulltime studie. ,,In 2008 had iedereen het erover dat het de belangrijkste verkiezing van hun generatie was. Maar 2012 is nog belangrijker.”

AMERIKA KIEST: DUIMEN IN NEW HAMPSHIRE

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – Charlie is 87. Tanden heeft hij niet meer, en horen lukt ook niet zo goed. Dat deert niet, want Charlie mag dan nutteloos zijn om in het Republikeinse kantoortje in ‘swing state’ New Hampshire per telefoon kiezers over te halen op Mitt Romney te stemmen, maar campagneborden voor in de tuin uitdelen kan hij als de beste. Dus doet hij dat. Zes dagen per week, want ‘op zondag zitten we dicht’.
Derry is een dorp waar er in de streek New England tientallen van zijn. Waar de bomen in de herfst in adembenemende schakeringen geel, groen, rood en bruin kleuren en waar de serveersters in de ‘diner’ petticoats dragen.
Als ik het ‘victory office’ aan Broadway binnen wandel, schrik ik van Charlie. Hij lijkt net van zijn paard afgestapt: rode zakdoek om zijn nek, jeans met imposante gesp, nepsuède gilet. Maar zijn outfit is logisch als ik even later hoor dat zijn wieg in Texas stond.
Charlie voert al campagne sinds Eisenhower, vertelt hij trots. Hij is een veteraan, vertelt hij nog trotser, diende in de marine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij vocht in de Pacific, na de aanslag op Pearl Harbor, waar de kruiser USS Portland zestien maanden lang zijn thuis was. Negen medailles en elf lintjes kreeg hij ervoor.
Het overzicht van zijn geschiedenis heeft hij op een papiertje gekrabbeld; hij bewaart het in zijn broekzak, net als de foto waar hij samen met Romney op staat. Charlie lacht er zijn tandeloze mond op bloot.
Charlie is één van de Romneyfans die kan uitleggen waarom de Republikein zijn favoriet is – zónder president Obama zwart te maken. ,,Romney is geen politicus, hij is een zakenman. Hij heeft bedrijven gered, en de Olympische Spelen van 2002. Nu mag hij Amerika gaan redden.”
Dat Obama en Romney in zijn staat zo nek-aan-nek zouden liggen, dat had Charlie niet verwacht. Kat in het bakkie voor Romney, dát had hij verwacht. In plaats daarvan wedijveren in New Hampshire de Romney-Ryan-borden die Charlie uitdeelt met die waar Obama-Biden op staat. ,,Het wordt duimen op 6 november.”