AMERIKA KIEST: CONTINUÏTEIT

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – Voor Mari Floyd waren de afgelopen vier jaar moeilijk. Ze raakte in 2008 haar baan kwijt, haar man kwam met een rugzak vol problemen terug van een uitzending naar Irak. Het paar raakte dakloos. Nu is het 2012 en pakt ze haar leven weer op. Ze heeft een huis gevonden en werk, op de afdeling personeelszaken van een bedrijf. Ook met haar echtgenoot gaat het beter.
Ik ontmoet Mari, een vrolijke, mollige zwarte dame, op een zondag in de Shorter African Methodist Episcopal-kerk in Denver (waar een dienst helemaal niet ‘short’ is, maar bijna drie uur duurt). Het valt me op dat haar verhaal overeenkomt met de situatie in de VS volgens Barack Obama: het ging slecht, maar gaat de goede kant op.
Dat vindt Mari ook. ,,We moeten niet uit het oog verliezen dat Obama president werd in een moeilijke tijd en dat er tijd nodig is om de economische ellende van George W. Bush op te ruimen.”
De kerkgemeenschap van Mari moedigt haar leden aan een ‘pledge to vote’ in te vullen, waarmee ze beloven te stemmen. Eén van de voorgangers, de jonge Dawn Duval-Riley met een hoofd vol kroeshaar, heeft Mari net zo’n kaart onder de neus geduwd.
,,Stemmen is belangrijk”, oordeelt ze. ,,Er zijn mensen gestorven om te zorgen dat de gekleurde mens ook mag stemmen.”
Op mijn vraag of het voor haar belangrijk is dat Obama de eerste zwarte president is, kijkt ze me geamuseerd aan. Dan volgt een bulderende lach. ,,Girl, voor mij was Bill Clinton de eerste zwarte president! Hij was dan wel wit van buiten, maar hij voelde ons precies aan.”
Deze verkiezingen zal Mari weer op Obama stemmen, net als vier jaar geleden. ,,Niet omdat hij het zo goed heeft gedaan, maar omdat het niet verstandig is om tijdens een moeilijke periode van leider te veranderen.” Haar gedachtegang is dezelfde als die van de Republikeinse oud-minister van buitenlandse zaken Colin Powell, die donderdag besloot Obama te steunen. Mari vergelijkt het met de verkiezingen van 2004. ,,Toen vochten we twee oorlogen en hebben we met een tweede termijn van Bush gekozen voor continuïteit. Dat moeten we nu weer doen.”

Advertenties

AMERIKA KIEST: DE TWEE GEZICHTEN VAN LAS VEGAS

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – De villa aan 7674 Vedana Place in Las Vegas heeft zoveel badkamers dat ik de tel kwijtraak – eentje heeft zelfs een whirlpool met uitzicht op open haard en flatscreentelevisie – en inloopkasten zo groot als mijn hele appartementje in New York. Maar de McMansion (à 509.990 dollar) staat leeg. Net als de meeste woningen van Canyon Falls Estates.
In de woestijn in Nevada, waar Las Vegas in het donker verschijnt alsof de sterrenhemel er op die plek naar beneden is gevallen, rijzen deze spookwoonwijken op als oases. Maar niemand heeft geld om de woningen te kopen.
Van alle Amerikaanse staten werd Nevada het hardst getroffen door de economische crisis. In geen enkele staat is de werkloosheid hoger dan in Nevada (12,1 procent tegenover het landelijk gemiddelde van 7,8 procent). En in diens bekendste stad Las Vegas is de werkloosheid het allerhoogst: 12,3 procent.
Holly Webb kan er over meepraten. Ooit werkte ze in een bar van één van de 122 casino’s in de stad. De gokstad draait om toerisme, maar als de broekriem moet worden aangehaald voelen mensen zich niet meer zo ‘lucky’. Met honderden andere casinomedewerkers verloor ze haar baan. De meeste ontvluchtten ‘Sin City’ – verhuurder U-Haul kon de vraag naar verhuiswagens niet eens aan – de gouden hoteltorens, neonlichtjes en trouwkapellen achter zich latend.
Holly bleef. ,,Mijn partner woont hier en mijn broer ook”, zegt ze bij wijze van excuus. Ze zocht tweeënhalf jaar naar werk en vond uiteindelijk een parttime baan bij het stadsbestuur van Boulder City, op veertig minuten rijden van Las Vegas. De stad die bekend staat als een Mekka voor toeristen is voor de inwoners van de stad een stuk minder glamoureus. ,,Leven in Las Vegas is zwaar, afschuwelijk.”
Ondanks de slechte economie in haar stad zal Holly op 6 november op president Obama stemmen. Andere thema’s geven voor haar de doorslag: vrouwenrechten en het homohuwelijk. ,,Romney wil vrouwen terugsturen naar de jaren vijftig.” En dat ze dankzij Obama wellicht ooit met haar vriendin kan trouwen, geeft Holly – ondanks de parttime baan voor weinig geld – een sprankje hoop.

AMERIKA KIEST: DERDE PARTIJ?

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – Aqsa Ahmad (16) verplaatst haar gewicht beurtelings van het ene op het andere been. Voor haar staat haar idool en ze mag zo met hem om de foto. Nee, het is niet tienerster Justin Bieber. Het is Gary Johnson, presidentskandidaat namens de Libertarian Party.
Aqsa heeft met haar vriendinnen Morgan en Anna een uur gereisd om in Chicago bij het Third Party Debate (het debat met presidentskandidaten van andere partijen) te zijn. ,,Het tweepartijenstelsel is niet in de wet vastgelegd. Het is tijd dat ook andere partijen meedoen.” Nogmaals: Aqsa is zestien. Pas over twee jaar mag ze stemmen.
Het vierde ‘presidentsdebat’ gaat anders dan de officiële debatten (die tussen de Democraat en de Republikein). Daarvoor moest je je als journalist al in de zomer opgeven, zodat de Secret Service kan controleren of je niet stiekem een terrorist bent. Pas dan en alleen dan geven ze je een accreditatie, een glimmende pas met naam en foto die je altijd en overal om je nek moet hebben hangen.
In het Hilton-hotel werd dinsdagavond op mijn rechterhand met een stempel een paars bloemetje gedrukt en hup, ik mocht naar binnen. In de balzaal vielen niet alleen de kroonluchters op, maar ook de vier kandidaten die ontspannen met iedereen aan het praten waren en geduldig poseerden voor foto’s. Kom daar bij Obama of Romney maar eens om.
En hoewel geen van de kandidaten (naast Johnson ook Jill Stein van de Green Party, Rocky Anderson van de Justice Party en Virgil Goode van de Constitution Party) ooit in de buurt zal komen van het Witte Huis, gaven ze dinsdagavond wel een stem aan al die Amerikanen die het tweepartijensysteem als een verstikkend keurslijf zien omdat ze zich door noch Obama, noch Romney vertegenwoordigd voelen.
Als ik Aqsa, Morgan en Anna als graadmeter neem, zou je denken dat de komende generaties van stemgerechtigde Amerikanen werk zal maken van een kiesstelsel met evenredige vertegenwoordiging. Pas dan is in de toekomst de kans op een echte derde partij in de VS groter.

AMERIKA KIEST: WAAR HET ALLEMAAL BEGON

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – In een statig pand in ‘downtown’ Chicago is de Union League Club gevestigd, een exclusieve privéclub – een soort chique versie van het Haagse Nieuwspoort. Eén van de kamers op de begane grond is gemeubileerd met een roomwitte gecapitonneerde bank en lichtblauwe fauteuils. Aan de muur hangt een schilderij van de Amerikaanse vlag. Het is de plek waar het allemaal begon: dáár werd senator Barack Obama voor het eerst gevraagd om zich voor de presidentsverkiezingen van vier jaar geleden kandidaat te stellen.
Dick Durbin, ook senator namens de staat Illinois, was daar, in november 2006, verantwoordelijk voor. Volgens de overlevering sputterde Obama tegen: hij was maar een onervaren senator. Zijn collega-senator hield vol: juist daarom moest hij zich nú kandideren: over nog eens vier jaar zou hij misschien te veel lijken in zijn kast hebben. Of hij er niet eens over na wilde denken. De rest is geschiedenis.
De Union League Club of Chicago is dus een historische plek. Op de derde verdieping, in restaurant Rendezvous, denk ik op de avond van het slotdebat tussen Obama en Mitt Romney dan ook alleen Obama-fans uit zijn stad te treffen. Maar ik schuif aan bij Jeff, Bob en Satya, investeerders die voor zaken in de club logeren. En ik wil geen vooroordelen bevestigen, maar ze moedigen ‘Team Romney’ aan.
Ze zijn alledrie zelfverklaarde politieke junkies. Zakenreis of niet, het debat mag niet worden gemist. Voor de investeerders, die steaks en cabernet sauvignon laten aanrukken, belichaamt Obama alles wat er mis is met Amerika: hij is ‘anti-business’, voor een grote overheid en voor hogere belastingen. En dat is niet de weg naar voorspoed, zegt Bob, economische groei is de sleutel. Als de vrije markt zijn werk mag doen, komen er vanzelf banen en voorspoed voor iedereen.
Als ik mijn tafelgenoten na het debat vertel dat in dit pand het zaadje werd geplant dat uitgroeide tot president Obama, slaat het gesprek om. Jeff zet zijn wijnglas met een smak neer en zegt quasi-serieus: ,,Als ik dat had geweten was ik ergens anders heengegaan.”

AMERIKA KIEST: BUITENLAND VAN ZIJSPOOR NAAR HOOFDLIJN

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
(GPD) – Vraag tien Nederlanders welke presidentskandidaat hun stem zou krijgen als ze tijdens de Amerikaanse verkiezingen mochten stemmen en het antwoord zal waarschijnlijk tien, of vooruit: negen keer ‘Barack Obama’ zijn. Net zoals de rest van Europa is Nederland nog niet bijgekomen van de sensatie die zijn verkiezing in 2008 teweeg bracht.
Ik zeg het vaker: Nederland moet niet gek opkijken als het op 7 november wakker wordt en Mitt Romney is gekozen. In Amerika weten ze namelijk al langer dat Obama niet de perfecte president is.
Als het aan Michiel van der Voort ligt, gaat de president ook verliezen. Van der Voort is Nederlander, zoals zijn naam al doet vermoeden, maar ook Amerikaan. En in die hoedanigheid Republikein. Ik ontmoette Van der Voort toen ik in 2010 Wall Street-bankiers interviewde. Ik was verrast door zijn politieke voorkeur en we hielden contact. Zo weet ik wie zijn favoriete Republikein is – Jeb Bush, het broertje van, maar die doet niet mee – en dat hij met Mitt Romney ook best uit de voeten kan.
Van der Voort weet ook dat de liefde die Europa koestert voor Obama niet wederzijds is. Tijdens de campagne staat het buitenland op een ver zijspoor. Tot gisteren, want bij het laatste debat stond de schijnwerper even op het buitenland. Ein-de-lijk, verzucht Van der Voort, want hij vindt het buitenland wél belangrijk.
Als het om buitenlands beleid gaat, is de zittende president in het voordeel. Obama schakelde Osama bin Laden uit, haalde de troepen terug uit Irak en gaf luchtsteun tijdens de burgeroorlog in Libië. En dit weekend meldde de New York Times weer een opsteker voor Obama: Iran zou hebben ingestemd met gesprekken over diens nucleaire programma. Geweldige timing, zo vlak voor het debat.
Van der Voort is niet onder de indruk. Voor hem staat één vraag centraal. ,,Heeft Obama nou echt de relatie met de wereld verbeterd? Voor mij is het antwoord ‘nee’.”

RUBRIEK STANDPLAATS – APRIL SCHIETMAAND

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Op 20 april 1999 liepen ze in lange zwarte jassen de school binnen. Niemand keek er van op. Ze hoorden immers bij de ‘Trenchcoat Mafia’, de geuzennaam voor een groep buitenbeentjes op school. Maar Dylan Klebold en Eric Harris haalden die dinsdag van onder die jassen geweren tevoorschijn en begonnen te schieten. Voor ze zelfmoord pleegden, doodden ze twaalf scholieren en één leraar.
De schietpartij op de Columbine High School in Colorado was de eerste die ik bewust meemaakte. De ophef was groot. Zóveel doden… Acht jaar later, in 2007, bewees Seung-Hui Cho dat het allemaal nog dodelijker kan. Op zijn universiteit, Virginia Tech, schoot hij 32 mensen dood, 28 studenten en vier professoren.
Nu is het weer april en zag ik maandag bekende beelden op mijn tv. Dit keer ontvluchtten studenten in Oakland, Californië in doodsangst en blinde paniek een schoolgebouw omdat een man (het zijn altijd mannen, daar kan ik ook niks aan doen) met een geweer in het rond schiet. Ze rennen weg; niet rechtop maar gebukt. Het hoofd trekken ze als een schildpad tussen de schouders in een instinctieve poging hun lichaam zo klein mogelijk te maken. Een onbewuste overlevingsstrategie tegen ‘de gek met het geweer’.
Voor de studenten die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren, was er  geen redding. De schutter zette ze tegen een muur en schoot. ‘Execution style.’ Gruwelijk.
Maar dit keer was er iets raars aan de hand. Ik was niet zo geschokt als vroeger. Ik overdrijf niet als er gemiddeld eens in de twee maanden berichten zijn over een ‘gunman’ op één of andere campus of school. Soms blijkt het loos alarm, maar vaak ook niet. Om te bewijzen dat ik het niet verzin: in de ruim anderhalf jaar dat ik in de VS woon, waren er 19 schietpartijen op scholen en universiteiten. Het dodental: 28.
Waar ik wel van schrok, is de enorme lijst van schietpartijen op scholen die op internetencyclopedie Wikipedia staat. Amerika, waar wapenbezit gemeengoed is, is de onbetwiste koploper. De eerste was al in 1764, las ik. Toen Verenigde Staten dus nog niet eens officieel de Verenigde Staten waren. Toegegeven, het waren indianen en die hadden destijds alle reden om boos te zijn, maar zij doodden in hun woede wel een stuk of tien onschuldige kinderen. De schietpartij op de universiteit van Texas in 1966 maakte ook indruk. Een student en voormalige marinier schoot eerst zijn vrouw en moeder dood, ging naar de campus, klom op een uitkijktoren en opende het vuur. Toen 96 minuten de dader door de politie werd doodgeschoten, waren er veertien doden.
De verklaringen worden altijd in allerlei hoeken gezocht: pesten, gewelddadige games, psychische problemen. Maar de schietpartijen hebben één ding gemeen: de daders hadden een vuurwapen. Vorig jaar sprak ik John Woods. Hij overleefde in 2007 de schietpartij op Virginia Tech. Zijn vriendin niet. Hij lobbyt sindsdien voor zijn oplossing: weg met de wapens. Het zal niet gebeuren. De lobby van geweerclub NRA is veel machtiger. Zij herhalen keer op keer het adagium ‘guns don’t kill people, people kill people’. Een waarheid als een koe. Maar zo’n geweer maakt het wel stukken ‘makkelijker’. Dus is het wachten op de volgende schietpartij. Een psychiater vertelde me dat de kans daarop in de weken na zo’n drama het grootst is. April duurt nog even. Ik hou mijn hart vast.

DE DAG WAAROP ALLES ANDERS WERD, 10 JAAR LATER

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Tien jaar geleden veranderde een zonnige dinsdag in 102 minuten in de zwartste dag uit de geschiedenis van Amerika. Gisteren werd daar op zes momenten bij stil gestaan – letterlijk en figuurlijk. Een impressie van wat er dit jaar rond Ground Zero op straat gebeurde op de tijdstippen die in het Amerikaanse geheugen staan gegrift.

* 08.46 uur: American Airlines vlucht 11 vliegt in de noordtoren van het WTC
De priester in St. Paul’s Chapel luidt de ‘Bell of Hope’. De grote klok staat buiten op het grasveld achter de kerk, die na 9/11 voor zoveel brandweermannen en vrijwilligers een rustpunt was.
Zuster Grace werkte destijds maandenlang in het stokoude kerkje dat als door een wonder op die 11de september ongeschonden bleef. Nu staat de non in een crèmekleurig habijt en met een groot houten kruis om haar nek bij de poort en heet ze bezoekers welkom. ,,Ik voelde me toen machteloos: kon niks anders doen dan bidden en een ‘hug’ (knuffel) geven. Ik zie één brandweerman nog op de kerkbank liggen, met een teddybeer in zijn armen geklemd.”

* 09.03 uur: United Airlines vlucht 175 boort zich in de zuidtoren van het WTC
John Coburn doopt zijn pen in zwarte inkt en zet de eerste streep op het witte papier. Omringd door nerveuze politieagenten tekent hij St. Paul’s Chapel. Net na 11 september 2001 verruilde de kunstenaar Canada voor New York.
Met inkt tekende hij er de taferelen van destijds, ook op plekken waar fotografen niet werden toegelaten. Nu wordt zijn werk op een steenworp afstand tentoongesteld; nabestaanden kregen zijn gebundelde tekeningen al eerder cadeau. Recent brandde zijn atelier af. Alleen de originele tekeningen die Coburn tijdens drie weken op Ground Zero maakte, bleven gespaard. ,,Ik denk dat ze zo doordrenkt waren van emotie dat het vuur er geen vat op kreeg.”

* 09.37 uur: American Airlines vlucht 77 crasht in het Pentagon
Op het moment dat tien jaar geleden het derde vliegtuig neerstortte, wandelen rechercheurs Bruno en Dress (voornamen mogen ze van de NYPD niet geven) een broodjeszaak binnen. Ze hebben tien minuten pauze en spenderen dat aan een zakje chips en een yoghurt met muesli.
Normaal gesproken houden ze zich bezig met georganiseerde misdaad, maar vanwege de terreurdreiging surveilleren ze in uniform op straat. Dress was tien jaar geleden nog geen agent. Bruno zat op de politieacademie en werd direct naar Ground Zero gestuurd om te helpen. ,,Ik herinner me alles, maar erover praten is moeilijk.” De politie werd na die dag overspoeld met respect. Daar merken agenten nu niks meer van, zegt Dress. ,,Vandaag is dat weer even terug.”

* 09.59 uur: De zuidtoren stort in
Bij één van de talloze checkpoints rond Ground Zero doorbreekt het gepiep van draagbare metaaldetectors de stilte. Iedereen die naar binnen wil, wordt gecontroleerd en moet zijn of haar paspoort laten zien. Een ongeduldige politiehond blaft.
Achter grote, witte betonblokken van de New Yorkse politie staat een eenzame man. Hij houdt een mast met twee vlaggen omhoog: de vlag waarop alle namen van de slachtoffers staan en de Amerikaanse vlag. Een stil eerbetoon. Verderop houden twee zwaarbewapende agenten vanaf een dak een oogje in het zeil. Vanaf andere daken schijnt het felle licht van talloze televisiecamera’s.

* 10.03 uur: United Airlines vlucht 93 stort neer in Shanksville
Kleine Stars and Stripes werden gisteren op iedere straathoek uitgedeeld, maar Patrick (7) heeft er geen. Brandweercommandant Anthony Catalanotto uit de Bronx hoort het jengelende kind en geeft hem zijn vlaggetje. Moeder Trish O’Neill geeft een dankbare hand. ,,Zonder jullie was Patrick er nooit geweest.” O’Neill werkte in de buurt van de torens en zag hoe het tweede vliegtuig in de zuidtoren vloog. Later zag ze mensen uit het brandende gebouw springen. Ze wil beschrijven hoe het was, maar ,,ik heb er geen woorden voor”. De brandweer spoorde haar aan om weg te gaan. ,,Daarom heb ik het overleefd.”

* 10.28 uur: De noordtoren stort in
Alsof iedere brandweerman van kazerne 10, pal aan Ground Zero, een ingebouwde wekker heeft, stellen ze zich precies op tijd in rijen op.
Op het commando van hun commandant heffen ze hun wit gehandschoende hand naar de wenkbrauw, een saluut aan alle New Yorkse brandweermannen die tien jaar geleden voor het laatst uitrukten. Op zaterdag werden zij al geëerd tijdens een kerkdienst in St. Patrick’s Cathedral aan Fifth Avenue. De stroom vlaggen – 343, voor iedere omgekomen collega één – leek oneindig. Vandaag dragen zes brandweermannen van Fire House 10 een zwarte sjerp met in zilveren letters de namen van collega’s van hun eigen korps.

SHANKSVILLE EN 9/11: VERBONDEN TEGEN WIL EN DANK

Terwijl de schijnwerper gisteren gericht stond op New York, opende Shanksville vijfhonderd kilometer verderop het monument voor vlucht 93. Tegen wil en dank.
(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
SHANKSVILLE (GPD) – Je auto volgooien in Shanksville? Vergeet het maar. Het dorpje aan de rand van het Allegheny-gebergte in Pennsylvania is zo klein dat zelfs aan een volle tank – een belangrijke Amerikaanse levensbehoefte – niet kan worden voldaan.
De kleine 250 inwoners woonden in een sereen dorp. Maar na 11 september 2001 was het gedaan met de rust. Om 10.03 uur stortte United Airlines vlucht 93 neer in een weiland en maakte zo in één klap een einde aan een kaping die in het Capitool van Washington had moeten eindigen en aan 44 mensenlevens; 33 passagiers, 7 bemanningsleden en 4 kapers. 
Donna Glessner voelt de grond nog schudden als ze er over praat. Met haar kinderen keek ze die ochtend op de tv naar de ramp die zich ver weg in New York en Washington voltrok. Ze dacht dat het een aardbeving was. Daarna dat het een ‘gewoon’ ongeluk was, met een nog ongelukkiger timing. De werkelijkheid bleek erger.
Nu is Glessner (53) één van de ‘Ambassadors’, een team vrijwilligers uit Shanksville die in diensten van twee uur antwoord geven op vragen van mensen die de plek waar het vliegtuig crashte bezoeken. Ze vindt het een roeping, maar wel eentje waaraan ze niet zo makkelijk gehoor gaf. Veel van haar dorpsgenoten nemen het haar niet in dank af. ,,Zij zeggen dat ze niet om de aandacht hebben gevraagd. Ze willen hun ‘small town’ terug.”
Alle beschrijvingen van de locatie waar de vierde Boeing op die 11de september neerstortte, zijn hetzelfde: een veld op het platteland van Pennsylvania. De typering slaat nog steeds de spijker op z’n kop. Zelfs met een TomTom is de plek makkelijk te missen. Er staat maar één bordje dat de weg wijst. Shanksville trekt dan ook niet miljoenen bezoekers zoals Ground Zero, maar een paar duizend mensen wekelijks het weten te wel vinden.
Zij zien een tentoonstelling die ingericht is in het roestige golfplaten schuurtje van waaruit de FBI het raadsel van de crash probeerde op te lossen. Blikvanger is het vogelhuisje dat de zus van Richard Guardagno, één van de slachtoffers, voor hem maakte. Omdat hij zo van de natuur hield. Aan een andere muur hangen briefjes van bezoekers. ‘Bedankt dat jullie de school niet hebben geraakt’, staat op de meeste. Als het vliegtuig die dinsdagochtend een paar honderd meter op dezelfde koers was doorgevlogen, had het de basisschool van Shanksville-Stonycreek geraakt. 
Het verhaal van vlucht 93 is bekend en verfilmd: de dappere passagiers en bemanning die in opstand kwamen tegen de kaping. De kapers besloten daarom de Boeing in het veld te boren, uit angst dat ze de controle over 3het vliegtuig zouden verliezen. Zo raakte Shanksville voor altijd verbonden met 9/11. Tegen wil en dank.
Dat maakt volgens Park Ranger Jeff Reinbold, de baas van het monument, de relatie tussen nabestaanden en Shanksville ook zo’n moeizame. ,,Er is geen inwoner van Shanksville omgekomen, dus ze hebben niks met elkaar gemeen.” Hij hoopt dat het gisteren ingewijde officiële memorial er wel in slaagt een brug te slaan.

9/11 COLUMN – HET LEVEN GAAT DOOR

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Vanaf het tijdschriftenrek bij de New Yorkse versie van de Etos kijkt een meisje met rood haar en sproeten me aan. Ze staat op de cover van People Magazine, normaal voorbehouden aan de goden van Hollywood. Tussen duim en wijsvinger houdt ze een medaillon dat aan een kettinkje om haar nek hangt. Het toont de beeltenis van een man.
Haar naam is Lauren McIntyre, lees ik op pagina 62. Ze is 9. De man op het fotootje is haar vader, Donald. Hij overleed op 11 september 2001, maar daar heeft Lauren niks van gemerkt. Zij zat toen nog veilig in de buik van haar moeder.
De ‘kinderen van 9/11’ werden na de aanslagen een symbool voor hoop. De afgelopen tien jaar werden ze gevolgd bij hun eerste schooldag, hun eerste honkbalwedstrijd en dansuitvoering. Het teken dat het leven ook na zo’n vreselijke aanslag gewoon doorgaat.
Daarom konden er ook al snel grappen worden gemaakt over de aanslagen. Een voorbeeld: ‘Heb je de aanbieding van American Airlines gezien? Ze vliegen je nu direct van het vliegveld naar kantoor’. Cru, maar humor is nu eenmaal een manier om te relativeren.
Voor Arabisch-Amerikaanse komieken ligt dat gevoeliger. Dean Obeidallah, zoon van een Palestijnse vader, voelde zich tot 11 september 2001 een ‘white guy’, zei hij donderdag in een klein theater aan de New Yorkse East Side, maar na die datum was dat anders. Als reactie op de beeldvorming na 9/11 organiseert hij over een paar weken voor de achtste keer het Arabisch-Amerikaanse comedy-festival. Worden daar ook grappen gemaakt over de aanslagen?, vraag ik. Obeidallah kijkt me aan of ik gek ben. ,,Lachen om zo’n tragedie, dat kun je nabestaanden toch niet aandoen?”
Brandweercommandant Jim Riches, eigenaar van het vriendelijkste gezicht dat ik ooit heb gezien, is zo’n nabestaande. Hij vertelde me een paar maanden geleden hoe hij op 25 maart 2002 het lichaam van zijn zoon Jimmy, ook brandweerman, uit de puinhopen van Ground Zero droeg. ,,Het gemis blijft, maar hij zou willen dat ik doorga met leven.” Dat doet hij voor Timmy, Danny en Thomas – zijn andere zonen – die alledrie na 9/11 bij de brandweer gingen.
Ook Lauren zal heus goed terechtkomen. Ik lees dat haar oudere zus Caitlyn het er moeilijker mee heeft. Zij kan zich haar vader nog echt herinneren. Lauren moet het medaillon dragen om het gevoel te hebben dat hij bij haar is. De vader die ze nooit levend heeft gezien.

RUBRIEK STANDPLAATS – DE ERFENIS VAN 9/11

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Vorig jaar stond ik op 11 september samen met Geert Wilders op Ground Zero. Dat klinkt gezelliger dan het was. Hij kwam namelijk demonstreren tegen de bouw van een moskee, ik – krap een week op mijn standplaats – deed er verslag van. Wilders sprak er schande van dat moslims dáár een moskee wilden bouwen, zo dicht bij de plek waar geloofsgenoten met dezelfde koran in de hand duizenden mensenlevens hebben verwoest.
Nu is enige islamfobie ook de Amerikanen niet vreemd, al kijkt de doorsnee New Yorker niet op van een gehoofddoekte vrouw of een man met een islamitisch gebedsmutsje op. Vrijheid van godsdienst is de basis van de Verenigde Staten; de puriteinen hebben er Engeland in de 17de eeuw niet voor niets voor verruild. Liever een religie dan géén religie, laten opiniepeilingen hier altijd zien.
Niet de islam, maar moslimterrorisme is de reden dat vliegen veranderd is in een spelletje strippoker (met als prijs een stoel in een vliegtuig!) en dat de stem van Janet Napolitano, minister van binnenlandse veiligheid, om de paar minuten mensen in de metro van Washington oproept om verdachte zaken te melden. Een mannenstem doet in de metro’s en treinen van New York hetzelfde. Vroeger was een eenzame koffer gewoon een koffer, nu is het een potentiële bom. Uit de nalatenschap van 9/11.
Op strategische plekken in de stad – op Grand Central en Penn Station, de twee grootste stations in New York, en Wall Street – staan altijd politieagenten, af en toe afgewisseld door militairen. Soms met een hond (niet het aaibare ras), altijd zwaarbewapend. Ook staan in de stad verschillende apparaten die waarschuwen als ze nucleaire straling detecteren (heus waar, ik wist het ook niet). En eens in de zoveel tijd duikt er ergens een verdacht pakketje op. Het is vrijwel altijd loos alarm (afkloppen), maar je zou er bang van worden.
Maar New Yorkers zijn er laconiek onder. Zij maakten na die zwartomrande zonnige dinsdag 11 september 2001 snel de omslag. Na de ontzetting en het hevige verdriet kwam de doordouwersmentaliteit. Hup, de schouders eronder en dóór! Burgemeesters Rudy Giuliani (toen) en Michael Bloomberg (nu) gaan er prat op: New Yorkers, dat is een bijzonder slag mensen.
Ze realiseren zich dat New York het symbool is van de westerse wereld en dat de iconische wolkenkrabbers een doelwit zullen blijven. Dat is een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven geworden, zoals de eeuwige rij bij de Starbucks en de stomerij die altijd nét dicht zit als je je kleren op wilt halen.
Bij dat dagelijks leven hoort ook een leger aan politieagenten. Burgemeester Michael Bloomberg klonk bijna trots toen hij bij een presentatie over het nieuwe World Trade Center, afgelopen woensdag, vertelde dat vanuit het nieuwe politiebureau in één van de wolkenkrabbers duizend (1000!) agenten van de NYPD en de Port Authority (de eigenaar van het WTC-complex) de veiligheid gaan bewaken.
Ook tijdens de herdenking van morgen zullen ze weer massaal te zien zijn rond Ground Zero, maar de agenten hoeven dit jaar geen orde te houden bij een anti-moskee-demonstratie. De bouwplannen voor het islamitische centrum zijn er nog steeds, maar je hoort er nu niks meer over. Geloof ook niet dat Wilders morgen is uitgenodigd.