PRESIDENTSKANDIDATEN KIJKEN PLOTS NAAR HET BUITENLAND

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Als om 3 uur ’s nachts de telefoon rinkelt in het Witte Huis vanwege een noodsituatie in het buitenland, wie moet de hoorn dan opnemen? Het voorbeeld uit de campagnespot waarmee Hillary Clinton in 2008 wees op een gebrek aan buitenlandervaring bij haar toenmalige rivaal Barack Obama wordt nu gebruikt om diezelfde onervarenheid van Mitt Romney bloot te leggen.
De presidentscampagne in de VS draait ineens niet alleen om de economie, de economie en de economie. De gedode Amerikaanse diplomaten in Libië, rellen bij de Amerikaanse ambassade in Egypte en betogingen in Jemen – mogelijk veroorzaakt door een omstreden anti-islamfilm – hebben een einde gemaakt aan de navelstaarderij.
Plots is er het besef: de president is de opperbevelhebber en de leider van de ‘vrije wereld’. En de reactie van de Republikeinse presidentskandidaat Romney, de mogelijke nieuwe opperbevelhebber én nieuwe leider van de ‘vrije wereld’, wekte niet al te veel vertrouwen. In een haastige reactie waren er geen meelevende woorden aan het adres van de nabestaanden, geen oproep tot eenheid in de VS, maar gebruikte Romney het drama om politieke punten te scoren door Obama te bekritiseren voor de ‘schandelijke’ verontschuldigende reactie die de Amerikaanse ambassade in Egypte liet uitgaan. De ambassade is de regering, aldus Romney, en de president had de aanslag in niet mis te verstane woorden moeten veroordelen.
In Romney’s boek ‘No Apology’, een paar weken geleden uitgedeeld aan journalisten op de Republikeinse conventie, schreef hij het al: ‘Nog nooit eerder in de geschiedenis is er een president geweest die zo vaak aan buitenlands publiek zijn verontschuldigingen aanbood voor Amerikaanse misstappen.’ Romney zegt nooit excuses te zullen aanbieden ‘voor Amerikaanse normen en waarden in het buitenland’.
Onbedoeld geeft Obama Romney de ruimte om met een beschuldigende vinger naar hem te wijzen. Hoewel er weinig verschil zit in de buitenlandse plannen van Romney en het beleid van Obama, kreeg de president uitgerekend in Libië – hét succesverhaal van de Amerikaanse rol bij de Arabische lente – een tegenslag te verwerken. Terwijl het een voorbeeld had moeten zijn van zijn visie op buitenlands beleid: ‘leading from behind’, vanuit de achterhoede behoedzaam en doordacht leiding geven. Romney zal het, net als de niet bepaald warme relatie met Israël en de nucleaire dreiging van Iran, gebruiken als argumenten voor zijn betoog dat Obama’s beleid in het Midden-Oosten hopeloos heeft gefaald.
De president moet zorgen dat de huidige protesten niet uitlopen op de situatie waarmee zijn partijgenoot Jimmy Carter zich in 1979 geconfronteerd zag. Toen namen islamitische activisten de Amerikaanse ambassade in Teheran over. Een militaire missie om de gegijzelde Amerikanen te bevrijden, mislukte. Carters aanpak van die crisis kostte hem toen zijn herverkiezing.Maar voorlopig moet Romney zich vooral zorgen maken. Zijn kritiek op Obama viel niet in goede aarde vanwege de slechte timing en de felle toon. Dat ook Romney’s partijgenoten hem niet te hulp schoten, is een teken aan de wand. Commentatoren vroegen het zich al af: willen we dat hij het middernachtelijke telefoontje in het Witte Huis gaat opnemen? De vraag stellen is hem eigenlijk al beantwoorden.

Advertenties