(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Het is bijna tien jaar na de aanslagen van 11 september 2001 en daar kan niemand in New York omheen. Zo kan het dus zijn dat nietsvermoedende stadse dames – type mijn-kapsel-zit-perfect-omdat-het-te-bang-is-om-een-slechte-haardag-te-hebben – op zoek naar dat zijden jurkje bij Hugo Boss of die superzachte leren tas in ‘Marokkaans blauw’ van Cole Haan in het luxe winkelcentrumpje van Columbus Circle op de fotoserie Faces of Ground Zero stuiten.
Vanaf gigantische polaroidfoto’s kijken een priester, een agent, een verpleegkundige, twee burgemeesters, een F16-piloot en veel brandweermannen naar de winkelende mensen. Na 11 september 2001 fotografeerde Joe McNally driehonderd mensen die op of rond Ground Zero werkten. Nu worden ze weer tentoongesteld.
Iedereen werd op dezelfde manier gekiekt. Recht de camera in kijkend. Van kruin tot voeten. Levensgroot. ,,Het is net alsof ze ieder moment van het fotopapier af kunnen stappen!”, roept een dame tegen haar vriendin die naast haar staat.
Ze staren naar marinier Peter Regan in zwarte overal, werklaarzen en met een te grote helm op zijn hoofd. Zijn handen heeft hij in zijn zakken gestoken, alsof hij wil zeggen dat hij heus belangrijker zaken aan zijn hoofd heeft dan poseren voor een topfotograaf.
En dat was ook zo. Na 11 september zocht Peter in de puinhopen van het World Trade Center tevergeefs naar zijn vader, brandweerman Donald. Maar dat weten de dames niet, want ze nemen geen tijd om de tekst op het zilverkleurig plaatje naast de foto te lezen.
Als ze dat wel hadden gedaan, dan hadden ze gelezen dat Peter in juni 2002 naar Afghanistan is gegaan om mee te vechten tijdens Operatie Enduring Freedom, de Amerikaanse militaire reactie op de aanslagen. Na afloop van zijn militaire dienst had Peter één droom: hij wilde in de voetsporen van zijn vader treden. Hij heeft zijn doel bereikt. Peter is nu brandweerman bij hetzelfde brandweerkorps als waar zijn vader Donald ooit werkte. Die hoort nog altijd bij de meer dan duizend slachtoffers die officieel ‘vermist’ zijn.
De dames interesseert het niet. In de tijd dat ik het verhaal van vader en zoon Regan heb gelezen, staan zij in een volgende winkel hebberig stofjes te aaien. Jurkjes met een prijskaartje van 550 dollar en tassen van 378 dollar laten zich moeilijk combineren met de emoties die tien jaar oude foto’s oproepen.
Categorie archief: Verhalen gemaakt voor de GPD
9/11 COLUMN – INTRO
Op 9 november 2000 stond ik dankzij een studiereis naar New York bovenop de zuidelijke tweelingtoren van het World Trade Center. Met iedere stap voelde ik het observatiedek lichtjes met de wind mee bewegen. Onder me gleden gele koplampen als een verlichte slang door de straten.
Op 11 september 2001 stond ik na college op Utrecht Centraal te wachten op de trein naar huis toen ik op mijn voicemail de paniekerige stem hoorde van een studiegenoot: Een vliegtuig! En nog een! De torens staan in brand! Voordat ik bij een televisie was, waren de Twin Towers er niet meer. Wat jaren had geduurd om op te bouwen, was binnen twee uur weg. Poef. Alsof ze er nooit hadden gestaan.
Deze week beschrijf ik iedere dag hoe ‘mijn’ stad zich opmaakt voor de tienjarige herdenking van de aanslagen die door de Amerikaanse datumnotatie bekend zijn komen te staan als ‘9/11’. De dag in 2000 dat ik vanaf het hoogste punt in New York de stad onder mij bewonderde was de Nederlandse 9/11. Maar daar kwam ik pas achter toen ik een paar weken na de aanslagen mijn toegangskaartje terugvond.
AFSCHEID PETRAEUS: ÉÉN KAPITEIN TUSSEN DE GENERAALS
(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
WASHINGTON/ARLINGTON (GPD) – Generaal David Petraeus wordt ‘de grootste militair van zijn generatie’ genoemd. Maar op het grote, zonovergoten grasveld van Summerall Field op legerbasis Fort Myers, net over de rivier bij Washington, is hij niet meer dan een stipje. Met groot ceremonieel vertoon nam de Amerikaanse krijgsmacht gisteren afscheid van de militair, zoon van een Friese kapitein, die leiding gaf aan de Amerikaanse strijdkrachten in Irak en Afghanistan. Onder de genodigden, tussen allemaal Amerikaanse generaals, één Nederlandse kapitein: ridder Marco Kroon.
Dinsdagavond vertelde Kroon op een pluche bank in de lobby van het luxueuze Willard InterContinental Hotel hoe het komt dat hij zomaar bij het afscheid van één van Amerika’s meest machtige generaals – en bijna-CIA-baas – mocht zijn.
Petraeus werd tijdens een lezing in Eindhoven aan Kroon voorgesteld. Blijkbaar maakte hij een verpletterende indruk op de Amerikaanse generaal, want viavia wist Petraeus Kroons e-mailadres te achterhalen. Zo hielden ze contact; ook tijdens diens veelbesproken vervolging wegens bezit van cocaïne en een stroomstootwapen. ,,Ik kreeg zo het gevoel dat ik er niet alleen voor stond. Later feliciteerde hij me met mijn vrijspraak.”
Op de vraag waarom Petraeus contact met hem hield, kan Kroon niet echt antwoord geven. ,,De Militaire Willems-Orde staat gelijk aan de Amerikaanse Medal of Honor. Dragers daarvan worden in Amerika als echte helden gezien. En misschien speelt de Nederlandse achtergrond van Petraeus ook nog een kleine rol, want er was wél direct een klik.”
Een paar weken geleden kreeg Kroon ineens een e-mail met de mededeling dat Petraeus wilde dat Kroon bij zijn afscheidsceremonie zou zijn. ,,Ik dacht: ‘Waarom ik?’ Maar ik voelde me ook zeer vereerd.” Het contact tussen hem en Petraeus beschrijft hij als hartelijk, maar de kapitein weet zijn plek. ,,Het is niet je en jij, het is toch een generaal. Ik stel me ondergeschikt op. Het is u, ja en amen.”
Kroon kwam niet met lege handen naar het afscheid. In zijn handen klemt hij een doosje met daarin een bijzonder horloge. Op de wijzerplaat staan de coördinaten van Kandahar Air Field gegraveerd. Kroon heeft hetzelfde stoere klokje, maar dan met de coördinaten van het toenmalige Kamp Holland, zestig kilometer verderop in Afghanistan.
Petraeus is zichtbaar in zijn nopjes met het presentje. Trots stelt hij Kroon voor aan zijn vrouw Holly, alsof er niet nóg tientallen mensen in de rij staan om hem de hand te drukken. ,,Dit is de enige actieve Nederlandse Medal of Honor-drager”, zo introduceert Petraeus hem. Kroon glimt.
De Bosschenaar is in Washington als drager van de Militaire Willems-Orde. Het kost hem geen vakantiedagen en de reiskosten – ook het luxe hotel – komen voor rekening van de Amerikaanse defensie. ,,Alles wordt voor me geregeld.” Zo werd hij getrakteerd op een privérondleiding door het Pentagon en het Witte Huis. ,,Mooi”, glundert Kroon ,,om ineens in de gebouwen te staan die je normaal alleen op tv ziet.” Maar het was ook om een andere reden mooi: Kroon, in zijn uniform, was een bezienswaardigheid; mensen wilden met de hem op de foto. ,,Zoveel respect, wat een verschil met Nederland.”
Kroon heeft dinsdag een kilometer of wat hardgelopen door Washington. Hij is bezig weer in vorm te komen voor zijn nieuwe baan als compagniescommandant. ,,De laatste jaren heb ik veel achter de bar van mijn café gestaan en heb ik zelf ook wat biertjes gedronken. Van de twintig kilo die ik was aangekomen, ben ik er alweer tien kwijt.” Zijn café, vol met slechte herinneringen aan de rechtszaak, verkoopt hij. Financieel is het een fikse aderlating, maar dat neemt Kroon op de koop toe.
,,Voor de buitenwereld is de rechtszaak voorbij, maar voor mij en mijn vriendin begint de verwerking nu pas.” De prestigieuze uitnodiging van de Amerikaanse generaal is een hart onder de riem, maar voor Kroon voelt dat niet als rehabilitatie: ,,Mijn medaille heeft glans verloren – voor altijd.”
ORKAAN IRENE VERLIEST KRACHT EN SPAART NEW YORK
Het voelt bijna als een desillusie: na dagen van voorbereiding op de storm die New York zou geselen, blijkt slechts hier en daar een boom omgewaaid.
(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Eén voor één gaan de deuren van gebouwen weer open. Na een periode van veilige opsluiting in hun appartementen nemen New Yorkers na het passeren van orkaan Irene voorzichtig een kijkje in hun stad. Een grote tak die in een zijstraat van Central Park op twee auto’s is gevallen, is een dankbaar foto-onderwerp. ,,Voor op Facebook”, jubelt een vrouw in een paarse regenjas, terwijl ze met haar telefoon een foto neemt. Hét bewijs dat Irene in New York geen echte ramp heeft veroorzaakt.
Er staan een paar straten blank in het laagliggende deel van Manhattan en in wijk Battery Park City heeft een enkel appartement op de begane grond lichte waterschade. In het park met uitzicht op het Vrijheidsbeeld lopen zondag tegen het middaguur alweer toeristen. Sommigen in regenjas en dito laarzen, anderen in korte broek, T-shirt en teenslippers.
Luttele minuten voordat de orkaan bij Coney Island in New York aan land zou komen is ze in kracht afgezwakt tot een tropische storm. Op de zuidpunt van Manhattan, pal aan het water, zwiepen verkeersborden vervaarlijk op en neer. In het noorden van Manhattan, elf kilometer verderop, hangen de blaadjes stil aan de bomen, er staat geen zuchtje wind. Dat was bijna een desillusie, na een kleine week van waarschuwingen voor dagen zonder elektriciteit en water.
Uit angst voor een herhaling van de slechte voorbereiding op de enorme sneeuwstorm van kerst vorig jaar en met orkaan Katrina uit 2005 nog in het achterhoofd, drukten autoriteiten en 24-uurs nieuwszenders inwoners van New York op het hart om water, ingeblikt voedsel, zaklampen en extra batterijen in te slaan. Inwoners van de laaggelegen gebieden moesten hun huis verlaten. Het stadsbestuur richtte negentig opvangcentra in met een capaciteit van 70.000 mensen. De meeste evacués vonden onderdak bij familie en vrienden, slechts negenduizend mensen maakten van de centra gebruik.
Op het hek bij de Louis Brandeis-school hangt een wit plastic spandoek waar met blauwe letters ‘shelter’, schuilplaats, op staat. Dertig mensen zijn er zaterdag met gele schoolbussen naar toe gebracht. Het openbaar vervoer lag toen al stil. In de gymzaal van de middelbare school staan 88 veldbedden, zegt vrijwilligster Micky. Haar lippenstift kleurt bij het oranje hesje waaraan de vrijwilligers te herkennen zijn. Micky werkt normaal gesproken bij de afdeling onderwijs van het gemeentebestuur en zet zich nu in voor de slachtoffers van de orkaan.
Voor de ontheemden is er genoeg water en voedsel en voor de kinderen is er speelgoed. Een vrouw komt vragen om een boek, want anders duurt de tijd zo lang, maar daar heeft het stadsbestuur niet aan gedacht. ,,We zijn hier geen bibliotheek”, lacht vrijwilligster Valerie. Haar man vindt het vervelend dat ze niet bij hem is tijdens de orkaan. ,,Maar het is niet anders. We hebben ons erop voorbereid om hier drie dagen te blijven.”
Zo lang hoeven ze niet te blijven. Zondagmiddag (lokale tijd) maken de eerste evacués alweer aanstalten om terug te gaan naar huis. Anderen wachten tot de metro en bussen weer rijden.
Irene bracht niet alleen wind en veel regen. Het dwong de ‘city that never sleeps’ tot algehele stilstand. Musea die dagelijks duizenden mensen trekken, zo als het Guggenheim, Metropolitan Museum en MoMA gingen dicht. Broadwayshows werden geannuleerd. Central Park werd gesloten. Zelfs koffieketen Starbucks – op vrijwel iedere straathoek zit een vestiging – sloot zaterdag en zondag de deuren van alle bijna tweehonderd koffiehuizen in de stad.
Ook veel andere winkels en restaurants gingen dicht, net als de drie luchthavens van de stad. Personeel kon weliswaar wel naar het werk komen, maar omdat het openbaar vervoer voor het eerst in de geschiedenis werd stilgelegd, konden ze niet meer terug naar huis. Op een normale dag vervoert de MTA in bussen en metro’s 8,5 miljoen mensen.
Elders aan de oostkust richtte Irene wel serieuze schade aan, waarschijnlijk voor miljarden euro’s. Miljoenen mensen kwamen zonder stroom te zitten. Er kwamen in ieder geval tien mensen om het leven, voornamelijk door omgevallen bomen. Irene trekt nu verder richting New England en het zuidoosten van Canada.
NEW YORKERS NEMEN DREIGING IRENE SERIEUS DANKZIJ AARDBEVING
DE TEGELTJESWIJSHEDEN VAN PR-KONINGIN KELLY CUTRONE
(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Ze is helemaal in het zwart gestoken (alleen de teenslippers die ze uit haar tas tovert zijn wit) en haar zwart geverfde haar hangt in slordige slierten rond haar make-uploze gezicht. De nagels van haar vingers zijn blauw gelakt. Er is geen enkel indicatie dat de vrouw die in het Mexicaanse eettentje biefstukreepjes met gesmolten kaas in tortilla’s vouwt haar geld verdient met mode. Toch is dat wat Kelly Cutrone doet – en succesvol ook.
Cutrone is de baas van People’s Revolution, een PR-bureau dat ervoor zorgt dat modelabels als Valentino, Bulgari, Longchamps en Vivienne Westwood miljoenen binnenharken met de verkoop van hun kleding. Haar bedrijf – en met name haar intimiderende persoonlijkheid -staat centraal in de realityserie Kell of Earth die nu ook in Nederland te zien is. Met tegeltjeswijsheden als ‘if you have to cry, go outside’ (als je moet huilen, ga naar buiten) en ‘normal gets you nowhere’ (als je normaal bent, bereik je niks) heeft Cutrone in de Verenigde Staten een enorme schare vooral jonge fans voor zich weten te winnen. Trouwe kijkers van MTV kennen Cutrone al van haar optredens bij realityshows The Hills en The City.
Ze snapt dat haar verschijning vragen oproept. ,,Ik heb vroeger alle ontwerpers ter wereld gedragen. Ik heb mijn haar rood, blond, blauw en in dreadlocks gehad. Ik heb mijn best gedaan sieraden te dragen – ik heb een grote verzameling – en geprobeerd meer kleding met kleur aan te trekken. Maar dan heb ik een turkooizen shirt aan en zeggen mijn vrienden ‘Kell, dit bén jij niet’. Ik blijf voorlopig dus in mijn zwarte fase.”
Het interview zou plaatsvinden in het pand van People’s Revolution in de hippe New Yorkse wijk Soho, op een steenworp afstand van veel van de labels die Cutrone vertegenwoordigt. Eén van de vele stagiaires (‘Ik werk hier al drie dagen!’) roept dat ‘Kelly’ zo komt. Even later komt Cutrone’s warrige assistent Brunson Stafford de ‘showroom’ binnen. Hij heeft zijn baas aan de lijn. Of de verslaggever het interview in het restaurant tegenover wil afnemen? Cutrone heeft honger. ,,Ik heb net twee uur gesport”, klinkt het even later verontschuldigend. ,,De afgelopen tijd ben ik wat aangekomen en ik probeer weer in vorm te komen.”
In een rap tempo neemt de zakenvrouw annex alleenstaande moeder een gemiddelde dag door. ,,Ik sta rond zeven uur op en ga dan wandelen met mijn honden ˆ ik heb twee husky’s. Onderweg koop ik een kop koffie en ben dan rond acht uur weer thuis om mijn dochter Ava van negen wakker te maken. Samen ontbijten we en dan gaat Ava naar school, al gaat ze nu in de zomer op kamp. De honden gaan naar ‘doggy day care’ en ik bel dan mijn cliënten in Europa en Azië. Om negen uur doe ik een half uur cardio en daarna ga ik naar kantoor en heb ik ‘meetings’. Ik ben in ieder geval twee avonden per week thuis bij Ava en ik ben zeker twee avonden per week weg voor mijn werk. De weekenden proberen we in ons landhuisje door te brengen.”
Je kunt veel van Cutrone zeggen, maar niet dat ze lui is. Ze bestiert een PR-firma met vestigingen in New York, Los Angeles en Parijs, produceert een aantal tv-programma’s, schrijft boeken en treedt sinds kort op als deskundige in de succesvolle talkshow van Dr. Phil. En dan is ze bezig haar tweede show aan de man te brengen. ,,Maar dat is nog geheim.”
Toch twijfelde Cutrone in 2009 geen moment toen de Amerikaanse tv-zender Bravo haar een eigen show aanbood. ,,Ik heb altijd al het gevoel gehad dat mijn leven verfilmd zou moeten worden”, lacht ze tussen twee happen en een slok van haar margarita door (het is half vier ’s middags). ,,Er zijn veel misvattingen over de modewereld. Veel meisjes en homo’s zien het als een droom, maar hebben geen idee wat het inhoudt. Ik hoop dat ze door Kell on Earth beseffen dat het niet allemaal draait om de kokosnootbikini van ontwerper X, maar worden aangemoedigd verder te dromen. Bovendien vind ik mijn bedrijf een interessante, dynamische setting.”
Kell on Earth heeft soms ook meer weg van een kantoorsoap. Over de stagiaires die de cadeautasjes voor modejournalisten totaal verkeerd inpakken, de medewerkster die alles verprutst en uiteindelijk zelf maar ontslag neemt en de assistent die na vakantie in Californië niet meer terugkeert. De medewerkers die overblijven, krijgen het flink voor de kiezen. Intrigerende televisie, vooral als je in je achterhoofd houdt dat op Cutrone en haar zakenpartners Emily en Robyn na, niemand van de ‘cast’ nog bij People’s Revolution werkt.
Haar nieuwe assistent Brunson moet ook nog flink worden ingewerkt. ,,Hij maakt te veel fouten. Boekte een verkeerde hotelkamer waardoor ik ineens 6000 dollar duurder uit was. Wilde een afspraak plannen op dinsdag 7 augustus, maar die dag bestáát helemaal niet.” Vanaf haar BlackBerry leest ze een e-mail voor die ze naar hem stuurde. De boodschap: als het ‘binnen twee tot vier weken’ niet beter gaat, kan hij zijn tassen pakken en teruggaan naar South Carolina.
Ze is ‘intens’, geeft Cutrone toe. ,,Maar het zijn geen impulsieve reacties. Ik kies ervoor om me zo op te stellen. Ik werk al zo lang in deze business dat ik precies weet hoe ik op een fout moet reageren zodat de betrokkene er het meest van leert. Soms is dat fel, compleet met schelden, soms wat milder.” Op deze woensdagmiddag in augustus is ze ontspannen. ,,Als je me over een maand, net voor de Fashion Week in New York zou spreken, zou dat heel anders zijn ja.” De drukte bij People’s Revolution bereikt twee keer per jaar (in september en februari) een hoogtepunt tijdens de prestigieuze Fashion Week, waar het bedrijf van Cutrone de organisatie van meerdere modeshows in handen heeft.
Cutrone heeft zelf nauwelijks last van haar drukke dagen. Ze vergelijkt zichzelf met de hindoeïstische godin met acht armen. ,,Je moet in het nu kunnen leven. Als ik bij Ava ben, ben ik bij Ava. Als ik modeshows produceer, ben ik daar voor de volle honderd procent mee bezig. En nu spreek ik met jou en ben ik daar helemaal op gericht.” Al neemt Cutrone in het gesprek wel twee keer haar BlackBerry op: één keer voor een cliënt uit Londen en een keer voor haar personal trainer. Als het eten op is, het margaritaglas leeg en het gesprek afgelopen, staat ze kreunend op. ,,Mijn benen doen zo’n pijn. Maar in januari 2012 wil ik weer in vorm zijn. Misschien ga ik dan zelfs ook weer daten.” Het kan nog net voor de Fashion Week van februari.
Kell on Earth wordt iedere donderdag om 22.55 uitgezonden op TLC.
EEN AKKOORD WAARBIJ IEDEREEN WINT EN VERLIEST
(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – In de politieke arena die Washington heet, rent niemand een ererondje. Maar aan de linkerzijde van het stadion klopt de Democratische president Barack Obama zich stiekempjes op de borst, dat dankzij zijn leiderschap een nieuwe discussie over het schuldenplafond is uitgesteld tot na de presidentsverkiezingen van 2012. Aan de rechterkant geeft de Republikeinse leider John Boehner zichzelf een snel schouderklopje, omdat hij belastingverhoging wist te torpederen.
De Amerikaanse hoofdstad slaakte zondagavond (lokale tijd) een diepe zucht van verlichting, een zucht die gevoeld en overgenomen werd door heel het land en financiële markten wereldwijd. Want na weken steggelen was er dan eindelijk een akkoord over de verhoging van het schuldenplafond.
Toegegeven, de deal moet nog door het Congres worden aangenomen. Linkse Democraten morren over het ontbreken van belastingverhogingen en stellen dat de deal vooral de armste Amerikanen raakt. Rechtse Republikeinen van de Tea Party menen dat er te weinig wordt bezuinigd. Toch is er politieke winst te verdelen. De vaak als ‘te links’ omschreven Obama pakt punten in het o zo belangrijke politieke midden. Tijdens zijn talrijke toespraken over de schuldencrisis haalde hij niet voor niets Republikeinse helden als Ronald Reagan en Dwight Eisenhower aan. Boehner is in zijn eigen partij een man van zijn woord. Dankzij zijn onverzettelijke opstelling wisten de Republikeinen een belastingverhoging te voorkomen.
Bijna iedereen was het erover eens dat het bedrag, dat de VS volgens de grondwet maximaal mag lenen, moest worden verhoogd. Het machtigste land van de wereld mocht niet bankroet gaan. Dan zou de VS in plaats van in ‘slechts’ een recessie wel eens in een economische depressie terecht kunnen komen. En dat terwijl het land juist uit het dal probeert te klimmen.
In mei werd nog gedacht dat de verhoging van het schuldenplafond een hamerstuk zou zijn, zoals dat in het verleden tientallen keren was gebeurd. Maar deze keer vond het schuldenplafond een politiek diep verdeeld Amerika op zijn weg. Zowel de Democraten als de Republikeinen hadden de afgelopen weken hun hakken zo diep in het zand gezet dat een gedroomd gezamenlijk akkoord al snel onhaalbaar bleek. De Republikeinen verklaarden iedere vorm van belastingverhoging onacceptabel, de Democraten bestempelden sociale zekerheid als heilig huisje. Beide partijen zagen hun eigen plannen stranden in het Congres.
Zoals dat altijd gaat met compromissen, moest er water bij de wijn worden gedaan. Nog dit jaar wordt 1,2 miljard dollar (830 miljoen euro) bezuinigd, de komende tien jaar moet nog eens voor 900 miljard dollar (624 miljard euro) worden gesneden. De belastingen worden niet verhoogd. Maar dit pijnpunt voor de Democraten wordt draaglijker, omdat de sociale zekerheid grotendeels buiten schot blijft. En er is nog een slimmigheidje ingebouwd door de Democraten. Als een commissie van beide partijen het in november niet eens wordt over hoe de 900 miljard dollar moet worden ingevuld, dan komt de helft van de bezuiniging uit de begroting van het Pentagon, het miljardenverslindende ministerie van Defensie. Dat zullen de Republikeinen koste wat kost willen voorkomen, zo redeneren de Democraten.
De stemming over het akkoord, naar verwachting maandagavond lokale tijd, zal met name in het Huis van Afgevaardigden niet gemakkelijk worden. Maar er is vast geen Amerikaanse afgevaardigde of senator die aansprakelijk gehouden wil worden voor het eerste faillissement van de VS ooit. Want met iedere dag dat een deal op zich liet wachten, nam de onrust in de financiële wereld toe. Bij de kredietbeoordelaars als Standard and Poor’s en Moody’s, maar ook bij beleggers. Het is te hopen dat de reputatieschade, die de VS daarbij opliep, geen weerslag heeft op de Amerikaanse economie.
EEN BRABANTSE MOLEN IN WISCONSIN
(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
LITTLE CHUTE (GPD) – Aan de hoofdstraat, pal naast het dorpshuis, is een platte aanhanger geparkeerd in een weiland. Omringd door plastic tulpen staat een kleine witte molen van bordkarton met blauwe wieken. Het tafereel ziet er wat treurig uit. Maar over een jaar is dat anders: dan staat hier een ruim 30 meter hoge windmolen naar Brabants model uit 1850.
Maar dit is geen plaats in Nederland. Welkom in Little Chute, een dorp met 10.000 inwoners in Wisconsin, waar de hoofdstraat Main Street heet. Little Chute is gesticht door een Nederlandse priester. Nog altijd is 95 procent van de inwoners van Nederlandse komaf. De supermarkt verkoopt ‘Dutch apple pie’, schoenen kun je kopen bij Van der Loop, de advocaat heet Van Lieshout, auto’s worden gerepareerd bij Van Zeeland en uitvaarten verzorgd door Verkuilen. En de begraafplaats ligt vol met Geurtsen, Jansens, Van Handels en Verstegen. Toch spreekt bijna niemand Nederlands.
Robin Dekker, blond en blauwe ogen met dank aan zijn Friese afstamming, is een uitzondering. De directeur van de Little Chute Dutch Windmill studeerde aan de University of Wisconsin Madison Nederlands. Grammaticaal correct maar met een dik Amerikaans accent vertelt ze dat ze 2,2 miljoen dollar (1,5 miljoen euro) ophaalde voor de bouw van de molen. Ze komt nog 600.000 dollar tekort; sinds de economische crisis zijn de donaties opgedroogd.
Dekker wist een Amerikaanse beroemdheid te strikken als erevoorzitter van haar vereniging: Greta Van Susteren, tv-fenomeen van Fox News. Haar familie komt uit Little Chute. ,,Maar we hebben al jaren niks van haar gehoord”, bekent Dekker bij de St. John Nepomucene kerk.
De kerk is gesticht door pastoor Theo van den Broek – op z’n Amerikaans, Theodore Vandenbroek. Hij vertrok in 1832 als missionaris naar ‘de Nieuwe Wereld’. Twee jaar later werd hem gevraagd vanuit Ohio naar Wisconsin te gaan, waar hij in Little Chute de indianen ˆ Winnebago’s, Menominees, Sauk, Fox, en Ho-Chunk – leerde lezen, schrijven en probeerde te bekeren tot het katholicisme. Ruim 800 indianen werden door Van den Broek gedoopt.
In 1847 keerde Van den Broek terug naar Nederland om mede via ingezonden stukken in katholiek nieuwsblad De Tijd Nederlanders te rekruteren om naar Little Chute te komen. De Amsterdamse pastoor met wortels in het Brabantse Uden was overtuigend. Aangemoedigd door economisch moeilijke tijden in Nederland arriveerden een jaar later drie houten zeilboten met immigranten uit de Brabantse plaatsen Uden, Boekel, Zeeland, Gemert, Mill en Oploo. Van den Broek overleed in 1851, 68 jaar oud. Maar de door hem opgebouwde Nederlandse nederzetting bleef floreren.
Bij de volkstelling van 2006 gaven meer dan acht miljoen Amerikanen aan van Nederlandse komaf te zijn. Door Nederlanders gestichte dorpen en steden zijn op veel plaatsen te vinden. Holland (Michigan), Pella (Iowa), Fulton (Illinois), Orange City (Iowa) en Grand Rapids (Michigan) vieren ieder jaar ‘Dutch Day’ – compleet met klederdracht – of een Tulpen Festival om hun erfgoed te eren. Alle ‘Nederlandse’ plaatsen hebben één ding gemeen: ze zijn gereformeerd. De immigranten hadden zich afgescheiden van de Hervormde kerk om de vervelende behandeling te ontvluchten.
Little Chute is het enige homogeen katholieke ‘Nederlandse’ plaatsje in de VS. Het houdt elk najaar kermis en een schuttersfeest. Daarom koos de vereniging voor de bevordering van Nederlands-Amerikaanse studies (AADAS) Little Chute uit als locatie voor de tweejaarlijkse conferentie over het Nederlandse erfgoed in de VS.
Hans Krabbendam van het Roosevelt Study Center in Middelburg en Robert Swieringa van het Van Raalte Instituut in Holland (Michigan) leggen uit dat de groep Nederlandse protestanten en katholieken die de transatlantische verhuizing waagde weliswaar ongeveer even groot was (rond de 10.000), maar dat hun geloof ervoor zorgde dat ze strikt gescheiden bleven.
Eenmaal in de VS waaierden de katholieken uit. Behalve medio negentiende eeuw. De oogsten in Nederland mislukten en priesters raadden emigratie af. Omdat Van den Broek actief Nederlanders ronselde, lukte het hem wel hen te verleiden naar Little Chute te komen. Hij waarschuwde de katholieken wel. Ze moesten bij elkaar blijven. Die boodschap is blijven hangen: tientallen jaren lang trouwde slechts tien procent buiten de Nederlandse gemeenschap.
De toehoorders van Krabbendam en Swieringa zijn pensionado’s, tussen 65 en 85 jaar oud. De dames zien de conferentie als een uitgelezen kans om hun Hollandse sieraden boven te halen. Een ketting met een windmolen-hangertje, oorbellen van Delfts blauw en een bedelarmbandje met zilveren miniatuurklompjes. Barbara Mask-Van der Bleek (69) vulde haar armband met bedels die ze tijdens haar bezoekjes aan Nederland verzamelde. Ze is trots op haar Nederlandse komaf, spaart Sinterklazen en typeert haar woonplaats Fulton (Illinois) als ‘een Nederlandse gemeenschap’.
Terwijl Nederlanders vaak geen benul hebben wat de vader van hun grootvader deed, weten Amerikaanse Nederlanders dat wel. Stamboomonderzoek is dankzij het boek Roots (1976) waarin Alex Haley op zoek ging naar zijn Afrikaanse afkomst, hip. Alle conferentiegangers zijn minstens vijf keer, maar meestal vaker, in Nederland op familiebezoek geweest. Barbara Mask heeft een verklaring: ,,De VS is een jong land: iedereen komt ergens vandaan. Ik ben weliswaar geen Nederlandse, maar ik vóél me wel Hollands.”
De Nederlandse immigranten uit de jaren vijftig werden vaak ontdaan van hun Hollandse identiteit. De wieg van Marten Rustenburg stond in het Gelderse Dieren, nu woont hij in Grand Rapids (Michigan). Hij weet nog hoe de onderwijzeres de namen van hem en zijn broer en zus op hun eerste schooldag veranderde. ,,Marten werd Martin, Jan werd John en Pauline werd Paula.”
Piet Arts (81) is nooit Pete geworden. Arts is één van de ‘Nederlanders’ die in Little Chute woont. In tegenstelling tot zijn dorpsgenoten die in de negentiende eeuw de oversteek waagden, emigreerde hij pas 51 jaar geleden. Per toeval kwam de metselaar met zijn vrouw Marietje, oftewel Mary (79), in een Nederlandse gemeenschap terecht. Eigenlijk wilde de telg uit een gezin met dertien kinderen naar Nieuw-Zeeland of Australië. Maar een kennis woonde in Wisconsin en kon Piet aan werk helpen. ,,De eerste vijf jaar waren moeilijk, daar ga ik niet over liegen. Maar daarna wist ik dat de verhuizing een goede stap was geweest.”
Hoewel zijn Nederlands meer Brabants is, weet hij zich in zijn moederstaal perfect verstaanbaar te maken. ,,Ben arts, maar geen dokter”, grapt hij. Op zijn Chevrolet prijkt een ‘vanity plate’, een nummerbord met een woord in plaats van letters en cijfers. Het kost een paar dollars extra, maar nu rijdt hij ook rond met ‘Volkel’, zijn voormalige woonplaats, op zijn Chevy.
Arts is blij dat het Nederlandse erfgoed geëerd wordt met de bouw van de molen. Binnenkort gaat de schop de grond in. Een molenmaker uit Nederland komt drie maanden over om de bouw in goede banen te leiden. Begin 2012 moet de molen af zijn.
Maar of Little Chute ooit de 600.000 ontbrekende dollars nog binnenkrijgt, is de vraag. Het nichtje van Greta van Susteren heeft de oplossing. Catherine van Susteren, die werkt in het museum dat gewijd is aan de historie van Wisconsin, vindt dat de Fox News-presentatrice het ontbrekende geld bij moet leggen. ,,Ze verdient zoveel dat ze ieder jaar wel een molen kan laten bouwen. Ze kan het makkelijk missen.”
KADER
Nederlandse voetstappen zijn overal in de VS te vinden. Vooral in New York, ooit als Nieuw Amsterdam een Nederlandse kolonie. De Nederlandse consul-generaal Gajus Scheltema stelde er bij zijn afscheid uit New York een boekje over samen. In Exploring Historic Dutch New York (voorlopig alleen in het Engels verkrijgbaar) is een reisgids die voert langs Nederlands erfgoed als Wall Street (ooit ‘Langs de Wal’) in Lower Manhattan en het Van Cordtland Park in The Bronx, maar ook langs bewaard gebleven boerderijen in Brooklyn (Lefferts House) en landhuizen in de Hudson Valley, ten noorden van New York, gebouwd door vermogende Nederlanders. Zie: www.historicdutchnewyork.com.
SCHULDENCRISIS VS: ALS ZE MAAR VAN MIJN UITKERING AFBLIJVEN
(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
GATLINBURG (GPD) – Barbara Carroll heeft geen zin om tijdens haar vakantie in Gatlinburg lang te praten over de schuldencrisis die de Verenigde Staten al weken in een wurggreep houdt. Maar één ding wil de gekapte dame uit Georgia wel kwijt: ,,Als ze maar van mijn uitkering afblijven.” Ze mag dan wel Republikein zijn, maar op het punt van sociale zekerheid is ze het eens met de Democraten. Die vinden dat er niet aan mag worden gemorreld. ,,Ik ben afhankelijk van social security.”
Gatlinburg, in de staat Tennessee, ligt aan de rand van de Great Smoky Mountains, een nationaal park op de grens van North Carolina en Tennessee dat jaarlijks zo’n 9 miljoen bezoekers trekt. In de zomermaanden stroomt het toeristenstadje vol met vooral Amerikaanse gezinnen. Maar ondanks de vakantiestemming houden de meeste deze zomer het nieuws wel in de gaten. De impasse over de verhoging van het schuldenplafond houdt niet alleen de politici in Washington bezig.
In zijn hotelkamer zat Gerard Lenthier uit Lake Placid, New York maandagavond geconcentreerd te kijken naar de speeches van president Barack Obama en zijn Republikeinse tegenstrever John Boehner. Lenthier maakt zich zorgen over de toekomst van zijn land als er voor de deadline van 2 augustus geen akkoord is gesloten over de verhoging van het schuldenplafond. Als het ooit in de grondwet vastgelegd schuldenmaximum niet wordt opgerekt, kan de Amerikaanse regering vanaf die dag niet meer aan zijn betalingsverplichtingen voldoen. Dan is het land in feite failliet.
,,De rijken worden te rijk, de middenklasse verdwijnt”, constateert Lenthier, terwijl hij op een bankje met zijn vrouw Beverly en kleinzoon Jack wacht op zijn dochter Lynn die één van de vele souvenirwinkeltjes is binnengelopen. Volgens Lenthier, een overtuigd Democraat, zijn de Republikeinen de aansluiting met de middenklasse helemaal kwijt. ,,Het is toch belachelijk dat zij weigeren in te stemmen met een belastingverhoging voor de rijkste Amerikanen? Natuurlijk wordt er in Washington te veel onnodig uitgegeven. Ik kan zo wat subsidies opnoemen die vandaag nog kunnen worden afgeschaft. Maar als Boehner zijn zin krijgt en de rijken voortrekt, is tijdens de volgende verkiezingen iedereen Democraat.”
Mark Lahtam uit Acron, een stadje in de staat Ohio dat ooit bekend stond om rubber, ziet het zo’n vaart niet lopen. Hij is het met de Republikeinen eens dat hogere belastingen zullen zorgen voor hogere werkloosheid. Over dat laatste kan Latham meepraten. Hij installeerde tot oktober vorig jaar onzichtbare ‘hekken’, een systeem waarmee honden met een stroomstootje in de tuin worden gehouden. Maar zo’n onzichtbaar hondenhek is een luxe die mensen in Ohio zich in de recessie niet meer konden veroorloven. Dus ging het bedrijf failliet en verloor Latham zijn baan. Nu probeert hij samen met zijn vrouw Janet zijn zorgen in de Smoky Mountains te vergeten.
Latham heeft ‘een bloedhekel’ aan president Obama – die hij liever vandaag dan morgen uit het Witte Huis ziet vertrekken – en zit helemaal op de lijn van John Boehner, de Republikeinse leider van het Huis van Afgevaardigden. En heus niet alleen omdat Boehner ook uit Ohio komt. ,,Al weet ik zo wel dat ik hem kan vertrouwen.” Volgens Latham is de optie van de Democraten het allerslechtst voor de VS.
Nadat Kim Cole uit Florence, Alabama op een straathoek heeft geposeerd voor een foto met haar man Carlos, vat ze het politieke probleem samen dat niet alleen in Washington, maar ook op de Amerikaanse straten zorgt voor tweespalt: ,,De Democraten willen niet slikken, de Republikeinen willen niet toegeven. En dat terwijl het schuldenplafond de afgelopen tientallen jaren telkens is verhoogd. Waarom is het nu dan anders? De politici in Washington moeten eens ophouden met alleen aan zichzelf te denken en eens denken aan alle Amerikanen.”
EN TOEN ZATEN ER 40 HOTDOGS TUSSEN MOND EN MAAG
(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
CONEY ISLAND (GPD) – Hap. Prop. Hap. Prop. Hap. Prop. Zo, het eerste broodje hotdog zit in de mond van Sonya Thomas. Vervolgens duwt ze met twee handen voor haar mond ene na de andere in water gedoopte broodje hotdog in haar mond terwijl ze huppelt om de broodjes met wat hulp van de zwaartekracht naar beneden te werken. Tien minuten later bevinden zich exact veertig hotdogs (plus broodje) tussen mond en maag van de eetkampioen die luistert naar de bijnaam ‘de zwarte weduwe’.
Amerika vierde maandag Onafhankelijkheidsdag en hoe kun je die vrijheid beter vieren door in tien minuten tijd zo veel mogelijk broodjes hotdog naar binnen te werken? Bij hotdogverkoper Nathan’s
Famous op Coney Island doen ze dat al 96 jaar. En doe daar niet lacherig over. Ondanks de harde muziek, een in Uncle Sam-pak gestoken lilliputter en mannen in hotdogpakken is ‘competitive eating’ een bloedserieuze zaak. Er is een heuse federatie, er zijn juryleden, er zijn voorrondes, de finale wordt uitgezonden op sportzender ESPN en sinds kort worden de wedstrijden ook opengesteld voor niet-Amerikanen. Zoals drie in communistisch rode joggingpakken gestoken Chinezen, die overigens geen schijn van kans maakten.
Voor het eerst was er dit jaar een speciale vrouwencompetitie. Zeven vrouwen die in de Verenigde Staten als ‘petite’ worden omschreven, frêle dames van 1,50 meter en 50 kilo in T-shirts en ultrakorte rok of broek worden aangekondigd met teksten als ‘at tien cupcakes in twee minuten – zonder melk!’ (en cupcakes zijn droog!).
En waar de vrouwen, hoewel aan de lichte kant, gezond lijken, ogen de mannen doorzichtig bleek en een kilootje of twintig, dertig aan de verkeerde kant van mollig. Maar geen van de zestien deelnemers heeft na het ‘kampioenschap’ medische aandacht nodig.
In het publiek is dat wel anders. Coney Island, het schiereiland aan de zuidpunt van Brooklyn, vergaarde in de jaren zestig faam als amusementspark. Hoewel inmiddels toonbeeld van vergane glorie, herleeft de wijk jaarlijks tijdens de hotdog-eetwedstrijd, waar zo’n 50.000 mensen op af komen. Terwijl ambulances aanrukken voor mensen die door de hitte (rond de 30 graden) bevangen zijn geraakt, worden op de lange tafels op een podium schalen met tientallen hotdogs klaargezet. Op de blauwe achtergrond prijken de logo’s van de hoofdsponsors, naast hotdogverkoper Nathan’s zijn dat Heinz (van de ketchup, onmisbaar op een hotdog) en Pepto Bismol (maagdrankje, onmisbaar na tientallen hotdogs).
Bij de mannen heeft iedereen al eens een prijs gewonnen: ze zijn wereldkampioen in het eten van aardappelpartjes, tiramisu, zalm, jalapeñopepers, asperges of Key Lime-taart. En ze zijn er nog trots op ook. Maar de enige prijs die er toe doet is de beker die vandaag wordt vergeven.
Maar net zoals de afgelopen vier jaar maken ze geen kans tegen Joey ‘Jaws’ Chestnut. Met zijn effectieve, maar onappetijtelijke techniek – die nog het meest lijkt op omgekeerd overgeven – weet hij in tien minuten tijd 62 broodjes hotdog naar binnen te werken. En zowel Sonya Thomas als Joey Chestnut kan seconden na de schranspartij alweer lachen. En dat is niet alleen vanwege de eer, maar vooral vanwege het prijzengeld van 20.000 dollar (14.000 euro).
