DE AMERICAN DREAM VAN PIETER HENKET: VAN SCHOONMAKEN TOT LADY GAGA

Van de mavo naar de glitter en glamour van New York. Of: hoe een Brabantse American Dream werkelijkheid werd. ,,Mijn leven is één grote vakantie.”

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Anno 2011 kent iedereen Lady Gaga. Dat was in 2008 wel anders. Toen Pieter Henket gevraagd werd om de Amerikaanse zangeres te fotograferen was zijn reactie veelzeggend: ‘Who the hell is that?’. Maar die fotosessie zou zijn leven veranderen en niet alleen omdat het hem in één klap tienduizenden dollars opleverde. Lady Gaga koos zíjn foto voor de omslag van haar eerste cd The Fame. De afbeelding werd zo iconisch, dat het Metropolitan Museum of Art ‘m tentoonstelde. ,,Dat had ik nóóit verwacht.”
En zo kan het zijn dat Henket (31) nu in een comfortabel appartement in de hippe New Yorkse wijk Chelsea woont, samen met zijn verloofde/manager Roger en naaktkat Elliot. Dat was niet altijd zo, vertelt hij aan de eettafel. ,,Ons eerste appartement was een studio met zo’n typisch Amerikaans opklapbed. Boven het bed had ik een rol wit papier hangen. Als ik die over de muur trok en met elastiek de deur openhield voor de juiste lichtinval, had ik een studio.”
Toen Pieter nog Pietertje was, liep hij thuis in Esch (NB) al met een camera rond. Hij filmde familiefeestjes, maar niet altijd tot ieders tevredenheid. ,,Dan lette ik op de details: zoomde ik net in op die oom die een traantje wegpinkte, maar miste ik het jawoord.” Hij weet al snel wat hij wil: naar de filmacademie. ,,Maar met alleen een mavo-diploma lukt dat niet.” Zijn vader zag een advertentie van de New York Film Academy en wilde zijn creatieve zoon wel een jaar naar New York sturen.
Dertien jaar geleden pakte Henket als – naar eigen zeggen – naïef jongetje zijn koffer en vertrok. Eenmaal in New York raakt hij gefascineerd door de bekende regisseur Joel Schumacher, die op dat moment in de stad de film Flawless aan het opnemen is. ,,Ik stond er iedere dag, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Op het einde van de dag vroeg ik aan de crew waar ze de volgende dag gingen ‘shooten’. Pas na weken zag ik Schumacher zelf en ben ik op hem afgestapt. ‘Ik ben Pieter, kom uit Holland en mijn grootste droom is om in uw crew te werken’, zei ik. Schumacher reageerde met: ‘Eindelijk.’ Bleek dat ik hem al die tijd al was opgevallen. De regisseur, onder de indruk van zijn vasthoudendheid, zegt dat Henket ‘anytime’ voor hem mag werken. ,,Maar ik had de juiste papieren niet, dus eigenlijk mocht ik niks doen.”
Henket besluit in New York te blijven. Hij woont gratis in een jeugdherberg waar hij als tegenprestatie de kamers schoonmaakt. Later bedient hij voor 12 dollar per uur de vrachtlift voor een meubelmaker. ,,De foto’s van zijn meubels waren ontzettend lelijk. Ik zei tegen mijn baas dat ik het beter kon. De volgende dag stond ik op zolder, tussen de Mariabeelden, met keukenlampen als belichting foto’s te maken.”
Henket, een mooie jongen met blonde krullen, helblauwe ogen en een open gezicht, rolt dan zelf het modellenvak in. ,,Stond ik ineens in de Vogue met een Braziliaanse vlag om mijn nek. Ik vond het prima, want ik had al snel door dat ik van die fotografen veel kon leren.” Tussen de fotoshoots door keek Henket met de fotograaf mee: welke instellingen worden er gebruikt, wat is de sluitertijd.
Maar zijn leven als fotograaf gaat pas echt rollen als hij tijdens het stappen in een bar fotograaf Mitchell McCormack tegen komt, die voor toonaangevende Amerikaanse bladen als Harper’s Bazaar en Esquire werkt. Die geeft hem zijn eerste opdracht – zonder budget. ,,Modellenbureaus en visagisten hingen al op voordat ik had gezegd wie ik was. Niemand wilde met mij praten.” Ten einde raad trekt hij in Chinatown mooie Aziatische meisjes en jongens voor zijn camera. De opdracht slaagt. ,,Mitchell heeft me daarna als een soort Karate Kid onder zijn hoede genomen en mij het vak geleerd. Sindsdien is mijn leven één grote vakantie die nooit over gaat.”
Hoewel hij nu zijn brood verdient met fotograferen, laat de filmindustrie hem nog niet los. Veel van de sterren die hij voor zijn camera kreeg, zijn acteurs of regisseurs. En tijdens een fotosessie probeert hij zijn ‘modellen’ altijd te regisseren: hij bedenkt concepten, doet research naar de persoon die hij fotografeert en probeert zo altijd nét een stapje verder te gaan. ,,Ik wil alles onder controle houden, alles ensceneren, een droomwereld creëren.”
Nu neemt Henket zijn fascinatie voor film mee terug naar Nederland. In juni portretteert hij Gouden Kalf-winnaars als Carice van Houten, Rutger Hauer, Willeke van Ammelrooy en Paul Verhoeven. De band met zijn vaderland is Henket niet verloren. ,,Om de twee tot drie maanden ben ik ruim een week ‘thuis’ in Esch. Ik ben dol op mijn familie en geniet er enorm van om met mijn ouders te koken. Maar waar in Nederland een mentaliteit heerst van ‘doe maar gewoon, dan goed je al gek genoeg’, krijgt in New York iedereen de kans om iets van zichzelf te maken.”

BRANDWEERMANNEN TEGEN OBAMA: BEZUINIGEN IS ZELFMOORD

Terwijl tientallen Amerikaanse vlaggetjes voor een dollar van eigenaar wisselden, legde president Obama een rood-wit-blauwe krans bij Ground Zero en sprak met ‘helden’ van de brandweer. Die voerden actie, want twintig New Yorkse brandweerkazernes worden met sluiting bedreigd. ,,Wie gaat al die mensen bij een volgende aanslag redden?”

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Ruben Correa was altijd haantje de voorste. Maar op 11 september 2001 ging hij voor het laatst als eerste een brandend gebouw in; een toren van het World Trade Center. Correa (44) was de enige brandweerman die niet meer terugkeerde naar brandweerkazerne Engine Company 74, aan de New Yorkse Upper West Side.
Bij de aanslagen vonden 343 brandweermannen van de New York Fire Department (FDNY) de dood. Zij en hun collega’s die de terreurdaad overleefden, werden als helden geëerd. Een deel van West 83rd Street werd omgedoopt tot ‘Firefighter Ruben Correa Street’. Maar de heldenverering is van korte duur: burgemeester Michael Bloomberg maakt vandaag, een dag nadat president Barack Obama op Ground Zero de heroïsche brandweermannen van ‘9/11’ eerde, zijn nieuwe begroting bekend, waarin hij flink moet bezuinigen. Twintig brandweerkazernes moeten volgens de uitgelekte plannen dicht. Misschien ook wel Engine 74.
Achter de vuurrode deuren van de kazerne is een monument voor de oud-marinier opgericht met een kaars, een foto, een in steen gehouwen tekst (‘je was weg voordat we afscheid konden nemen’) en altijd verse bloemen. Er gaat geen dag voorbij of de brandweermannen van Engine 74 denken aan Ruben, zegt hoofdbrandmeester Brendan Deehan. ,,We hebben allemaal last van ‘survivor guilt’; waarom is hij wel dood en wij niet? Maar het leven gaat door.”
Deehan deelde gisteren folders uit rond het New Yorkse stadhuis en bij brandweerkazerne 10 tegenover Ground Zero, die op 11 september zes brandmannen verloor. Sluiting van kazernes is van de gekke, vindt hij. ,,Wat als er weer een ramp gebeurt en veel brandweermannen zijn wegbezuinigd? Wie gaat al die mensen dan redden?”
Al Hagan, voorzitter van de vakbond voor brandweerofficieren, heeft die boodschap gisteren aan president Obama overgebracht. Als één van de eerste brandweermannen die op 11 september ter plaatse was, mocht hij de president op Ground Zero bijstaan tijdens de kranslegging. ,,Ik heb hem niet in verlegenheid gebracht door op deze dag actie te voeren, maar hem wel op de hoogte gebracht van de bezuinigingsplannen en gevraagd of hij een goed woordje voor ons wil doen bij de burgemeester.”
Hoewel veel brandweermannen niet begrijpen waarom Obama een krans legt bij Ground Zero – probeert hij over de ruggen van de slachtoffers een politiek punt te scoren? – en sommigen het zelfs compleet onnodig vinden, vindt gepensioneerd brandweercommandant Jim Riches het een eer dat hij er op Ground Zero bij mocht zijn. ,,De president verdient zijn ‘atta boy’-moment. Wat hij heeft gedaan is geweldig en dat heb ik hem ook gezegd: hartstikke bedankt.”
Riches was er ook, op die septemberdag. Zijn longen zijn ‘stuk’ door de stofwolken die na de aanslagen op de plek des onheils bleven hangen. Maar dat valt in het niet bij het verdriet dat hij voelde toen hij het lichaam van zijn zoon, ook brandweerman, na een half jaar zoeken uit de puinhopen droeg. Jimmy zou op 12 september 2001 dertig zijn geworden. ,,Hij zal nooit meer aan de eettafel zitten, ook niet nu Bin Laden dood is. Maar ik had maandag wel het gevoel alsof er na bijna tien jaar een enorme last van mijn schouders viel.”
De drie zoons van Riches die ‘9/11’ wel overleefden, werken nog altijd als brandweerman in Brooklyn. Hij is bezorgd over hun toekomst, ook al benadrukte Obama gisteren de brandweermannen altijd te steunen. ,,Bloomberg moet de geplande bezuiniging echt terugdraaien. Het is pure zelfmoord om op de FDNY te bezuinigen.”

OBAMA’S BEJUBELDE DAADKRACHT KAN SNEL VERGETEN ZIJN

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Republikeinen stonden al niet bepaald in de rij om Barack Obama voor het presidentschap uit te dagen, maar nu zullen ze zich wel een paar keer extra achter de oren krabben. Het opnemen tegen een president die Amerika’s staatsvijand nummer 1 heeft uitgeschakeld, ga er maar aan staan.
De door hem persoonlijk geautoriseerde operatie waarbij Osama bin Laden om het leven kwam, is nu al ontegenzeggelijk hét moment van het presidentschap van Obama. Tijdens zijn speech van zondagavond (Amerikaanse tijd, red.) deed hij zijn best om niet te triomfalistisch over te komen. Maar op subtiele wijze benadrukte Obama zíjn niet uit te vlakken rol. Hij was het die het nationale veiligheidsteam diverse keren bijeen riep, hij was het die besloot dat er genoeg betrouwbare inlichtingen waren om het groene licht te geven voor de geheime operatie.
Obama wil daarmee benadrukken dat hij leiderschap en daadkracht heeft getoond. Twee kwaliteiten waarmee de president de afgelopen tijd niet bepaald werd geassocieerd. Zijn eigen anti-terreuradviseur John Brennan benadrukte het maandag in een gesprek met de pers nog maar even. ,,Dit was naar mijn mening de moedigste en meest gedurfde beslissing van een president in mijn herinnering.”
En de complimenten kwamen niet alleen uit de categorie ‘wij van WC-eend adviseren WC-eend’. Ook politieke tegenstanders stonden in de rij om een veer op Obama’s hoed te steken. Mogelijke presidentskandidaten als Mitt Romney, Tim Pawlenty en Donald Trump feliciteerden de president, net als oud-president George W. Bush, die er ondanks zijn eigen klopjacht niet in slaagde Bin Laden te pakken. En zelfs de conservatieve commentatoren en zelfverklaarde Obama-critici Glenn Beck en Rush Limbaugh waren voor de verandering eens positief: ,,Thank God for President Obama.”
De nieuwste waarderingscijfers van Pew Research lieten gisteren de verwachte piek zien: 56 procent is tevreden met het werk dat de president doet, 9 procentpunt meer dan in april. Maar het effect van goed nieuws op die peilingen is historisch gezien vaak van korte duur. Het is dus de vraag of het genoeg is om zijn herverkiezing in november 2012 veilig te stellen.
Amerikanen zijn geneigd om verdiensten in het buitenland snel te vergeten. George Bush senior kan daarover meepraten. In de Golfoorlog van 1991 zegevierde hij door de Irakese agressie tegen Koeweit te stoppen. Zijn waarderingscijfers schoten naar het record van 89 procent. Vriend en vijand waren het erover eens dat dit hem zijn herverkiezing zou opleveren; hij hoefde bij wijze van spreken niet eens campagne te voeren. Maar toen werd het 1992 en werd de VS geconfronteerd met een teruglopende economie. Zijn democratische uitdager Bill Clinton kwam toen met de oneliner die de campagne definieerde: ,,It’s the economy, stupid.”
In die valkuil zou Obama dit keer ook kunnen stappen, al is Bin Laden als Amerika’s staatsvijand nummer 1 van een andere orde dan de eerste Golfoorlog. Leuk, zo’n dode terrorist, maar wat koop ik er voor als ik al een jaar geen baan heb en mijn huis niet kan betalen?, zal ‘Joe the Plumber’ denken, hét Republikeinse archetype van de Amerikaanse middenklasse. En waarom doet die Obama niks aan de stijgende benzineprijzen? Die zijn gestegen naar bijna 4 dollar per gallon, omgerekend 74 eurocent per liter. Ongekend laag voor Nederlandse begrijpen, recordhoog voor de autorijdende Amerikanen.
Als het werkloosheidscijfer de komende maanden niet daalt en de economie niet aantrekt, dan kan Obama nog een zware dobber krijgen aan de campagne. Want uiteindelijk is het de binnenlandse politiek die bij presidentsverkiezingen de doorslag geeft.

GROUND ZERO IS NA DOOD BIN LADEN ‘WIN STREET’

Op de plek waar terroristen onder zijn leiding duizenden Amerikanen doodden, wordt de dood van Osama bin Laden uitbundig gevierd als overwinning op het terrorisme.

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Een hardloper – korte broek, T-shirt, oortjes in – stopt even bij een dranghek bij Ground Zero in New York. Hij rust zijn blote knieën op het asfalt, leunt met zijn armen over de gele railing en vouwt de handen. Minutenlang is de man alleen met zijn gebed.
Deze maandag is niet zoals iedere andere dag. De plek waar tot 11 september 2001 de Twin Towers van het World Trade Center stonden is zondagnacht veranderd in een bedevaartsoord, waar patriottistische Amerikanen samenkomen om te vieren dat hét gezicht van het terrorisme, Osama bin Laden, dood is.
Ray Maldonado klemt een geïmproviseerd kartonnen bord met ‘We Got Him’ (‘We hebben hem’) in zijn handen. ,,Die heb ik hier in 5 minuten gemaakt, met een meegenomen viltstift.” De 27-jarige uit Paterson, New Jersey, keek zondagavond (Amerikaanse tijd, red.) nietsvermoedend naar sportzender ESPN toen hij van een vriend hoorde dat president Obama ‘groot nieuws’ had. Na diens toespraak stapte Maldonado direct met een vriend in de auto om naar Ground Zero te rijden, met een T-shirt met het Vrijheidsbeeld erop aan en een Yankee Doodle-hoed op. Zijn vriend is al lang weer weg, maar Maldonado wil voorlopig blijven. ,,Ik had nooit verwacht dat ze Bin Laden zouden pakken of doden. Het was zo’n verrassing, hier moet ik nog van genieten.”
Bevin Van Orden (19) is naar eigen zeggen ‘uitzinnig’. Hij is naar Ground Zero gekomen om zijn ‘liefde voor Amerika’ te tonen. Om zijn schouders heeft hij de Amerikaanse vlag geslagen. Als de massaal toegestroomde tv-verslaggevers live de uitzending in gaan, wappert hij de ‘Stars and Stripes’ hoog in de lucht en roep hij ‘America, whoehoe!’. Eigenlijk moet de jongen uit New Jersey naar zijn werk, maar zijn vaderlandsliefde is sterker dan zijn plichtsbesef.
Bouwvakker Joe Cloonin is wel gewoon aan het werk. Al wist hij niet wat hij zag toen hij bij het World Trade Center de metro uitkwam. Tientallen satellietwagens van tv-stations, veel glunderende politieagenten – ,,ik mag officieel niks zeggen mevrouw, maar ik ben intens gelukkig” – en vooral veel, heel veel mensen. Zelf hoorde Cloonin het nieuws pas ’s morgensvroeg. ,,Na tien jaar eindelijk genoegdoening.”
De bouwvakker zorgt met zijn collega’s voor de verwarming en airconditioning in WTC Tower 1, de nieuwbouw-wolkenkrabber die ook wel bekend staat als Freedom Tower. Het roert de vijftiger iedere dag dat hij meewerkt aan de herbouw van het complex dat door terroristen vernietigd is. Vooral omdat de tienjarige herdenking van de aanslagen dichtbij is. ,,Bin Laden kan wel dood zijn, maar er staat gewoon weer een andere terrorist op.” Cloonin is blij dat Bin Laden een zeemansgraf heeft gekregen. ,,Zo wordt zijn graf niet als dat van een martelaar vereerd.”
Hoewel Ground Zero doorgaans een plek is waar in stilte de gruwelijkheden van 9/11 worden herdacht, was de sfeer gisteren ronduit uitgelaten, zeggen landmachtofficieren in opleiding Benjamin Meyers en Sean Bowden (beide 20). Voorbijgangers willen de militairen de hand schudden en roepen bedankt. Bowden: ,,Vandaag ben ik nóg een beetje trotser dat ik dit uniform mag dragen.” Meyers wijst naar de straatnaambordjes op de hoek van Church Street en Vesey Street, bij Ground Zero. Met lichtblauw tape zijn beide straten omgedoopt tot Win Street. ,,Dat zegt toch alles.”

DANKZIJ FACEBOOK NA TORNADO’S DIERBARE FOTO’S TERUG

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Als je in het door tornado’s verwoeste deel van de Verenigde Staten woont, mag je blij zijn als je het natuurgeweld hebt overleefd. Maar grote kans dat je wel álles kwijt bent. De wervelwinden tillen immers alles op – bomen, auto’s, huizen, maar ook foto’s, contracten en hypotheekpapieren – om die vervolgens tientallen, soms wel honderden kilometers verderop weer te laten neerdalen. Via vriendensite Facebook worden dierbare herinneringen weer terugbezorgd bij de rechtmatige eigenaars.
Initiatiefnemer Patty Bullion uit Alabama kwam op het idee van een Facebookpagina waarop iedereen gevonden foto’s en documenten kan plaatsen nadat ze in haar voortuin een echo-foto vond. ,,Dat ging me aan het hart. Als het mijn echo was geweest, zou ik die foto terug willen hebben.” Er zijn al meer dan elfhonderd foto’s op geplaatst en ieder uur komen er tientallen bij. De pagina wordt door meer dan 74 duizend mensen gevolgd. Bullion heeft er inmiddels een dagtaak aan, vertelt ze. Maar klagen doet ze niet. ,,Ik voel me gezegend dat ik dit voor de slachtoffers kan doen.”
Donderdagnacht ontstonden er in het zuiden van de VS meer dan 180 tornado’s. Er vielen 344 doden, de meesten (210) vielen in de zwaarst getroffen staat Alabama. Gemiddeld eens in de vijftig jaar zijn de weersomstandigheden optimaal voor zo’n gigantische uitbraak van tornado’s, zegt meteoroloog en tornado-expert John Snow. ,,Een verklaring is er niet. Het lijkt toeval.” Snow wijst op 1925 en 1974, toen vergelijkbare weersomstandigheden -enorme en krachtige onweersbuien met donder, weerlicht, wind, hagelstenen zo groot als grapefruits en veel, heel veel regen – ook voor tornado’s zorgden.
Waar sommigen insinueren dat de klimaatverandering de oorzaak is van een wel heel heftig begin van het Amerikaanse tornadoseizoen (in april ontstonden 679 tornado’s; een record), ziet Snow daar geen wetenschappelijk bewijs voor. ,,Als je teruggaat in de tijd zie je dat de ‘outbreak’ van 1974 ook verwoestend, ook dodelijk, ook in het zuiden en ook in april was. En de tornado’s van 1925 ontstonden zelfs al in maart. Niets nieuws onder de zon.”
Snow, hoogleraar meteorologie verbonden aan de Universiteit van Oklahoma, benadrukt dat op ieder moment van het jaar op iedere plaats in de VS tornado’s kunnen ontstaan. Dus niet alleen in ‘tornado alley’, een dunbevolkt gebied op de Great Plains dat ingeklemd ligt tussen de Rocky Mountains in het westen en de Appalachen in het oosten. ,,Maar dit jaar zien we dat ze vooral in stedelijk gebied toeslaan en daar voor veel schade én slachtoffers zorgen.”
Het grootste aantal slachtoffers valt doorgaans in woonwagenkampen, die niet bestand zijn tegen de kracht van een tornado. Daarnaast is de schade groot omdat huizen in de VS vaak van hout zijn. Als het bakstenen woningen zouden zijn, dan zouden de bewoners ‘iets meer bescherming’ hebben, stelt Snow. ,,Maar als er een tornado overheen raast, is er weinig aan te houden.” Bewoners die een veilig heenkomen zoeken in een badkamer (de veiligste plek in huis; vooral als je je vastklemt aan de goed verankerde toiletpot), een kast of onder een grote tafel, overleven het natuurgeweld meestal wel. ,,Je bent dan wel alles kwijt, maar leeft in ieder geval nog.”
En hoewel inwoners uit het rampgebied via Facebook hun huis niet terug kunnen krijgen, ligt het diploma van de middelbare school of een jeugdfoto misschien wel binnen handbereik. Intussen hebben tientallen mensen hun weggewaaide dierbare herinneringen teruggevonden. Zo herkende een vrouw uit Smithville, Mississippi via Facebook een foto van haar grootouders. Haar opa overleed al in 2005, haar bijna tachtigjarige oma raakte bij de tornado’s van donderdag zwaargewond. Bullion’s oom vond het kiekje in de wei naast zijn huis in Alabama, maar liefst 160 kilometer verderop.

‘GOOD OLD JACK’ SCHUDT CANADESE VERKIEZINGEN FLINK OP

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde er mee heen. Het Nederlandse spreekwoord lijkt perfect van toepassing op de Canadese verkiezingen van 2 mei. De derde kandidaat is underdog is Jack Layton, leider van de sociaal-democratische NDP. Hij zou wel eens kunnen zorgen voor jaren van politieke instabiliteit in Canada.
Nadat de Canadese conservatieve minderheidsregering op 25 maart viel omdat de oppositie de begroting verwierp en de regering beschuldigde van minachting, dacht politicoloog Andrew Heard van de Canadese Simon Fraser University hetzelfde als zijn landgenoten. ,,De verkiezingen zouden een wel heel voorspelbare invuloefening te worden. De conservatieven zouden moeiteloos als grootste uit de bus komen en een meerderheidsregering gaan vormen”, herinnert Heard zijn voorspelling.
De conservatieve minister-president Stephen Harper ging met die boodschap op campagne. Verkiezingen waren onnodig en tijd- en geldverspilling, stelde hij. Onder Harper wist Canada als geen enkel ander land de economische crisis met nauwelijks averij te doorstaan. Een stem op hem zou zorgen voor stabiliteit. En als er al concurrentie voor Harper was, dan kwam die van de liberale partij onder leiding van de liberale intellectueel Michael Ignatieff.
Maar vier dagen vóór de verkiezingsdag hangt de vlag er heel anders bij. In een campagne die door politicoloog Antonia Maioni, directeur van het Canada Instituut van McGill University in Montreal wordt gekarakteriseerd als ‘achtbaan’, heeft Harper in de laatste peiling van Forum Research zijn comfortabele voorsprong (34 procent) verloren. Maar het is niet Ignatieff die hem op de hielen zit, maar Jack Layton, de sympathieke voorman van de New Democratic Party (NDP). Hij staat in de peilingen op 32 procent. Ignatieff is met 22 procent gedegradeerd naar de derde plek.
Academicus Ignatieff en doceerde tientallen jaren aan Cambridge, Oxford en Harvard. Deze respectabele universiteiten hebben één ding gemeen: ze staan niet in Canada. In het jaar dat Harper – de te kloppen man – premier werd, keerde hij terug naar zijn geboortestad Toronto. In 2008 werd hij gekozen tot leider van de liberalen. Ondanks een campagne die hem naar alle hoeken van het immense Canada bracht, weet de liberale leider zich niet bekend te maken – laat staan geliefd. ‘Just visiting’ (slechts op bezoek), sneren zijn politieke tegenstanders.
Waar Ignatieff koud en afstandelijk overkomt, wordt Layton getypeerd als ‘warm, vertrouwenwekkend en aardig’. En terwijl de ervaren NDP-politicus geen nieuw verhaal vertelt, lijken de Canadezen ineens massaal te luisteren, merkt politicoloog Maioni. ,,Ze zijn vatbaar voor de boodschap van ‘good old Jack’.” De sociaaldemocraat wil de sociale zekerheid beschermen en de gezondheidszorg betaalbaar houden. ,,Dat vinden veel Canadezen belangrijk.” De onverwachte eindspurt van de NPD duwt de liberalen, die als partij uit het politieke centrum normaal juist stemmen zou winnen, in de verdrukking.
Zo zijn de aanvankelijk voorspelbare verkiezingen ineens ongemeen spannend geworden. Als de conservatieven van Harper er niet in slagen een meerderheid te krijgen, zou Canada wel eens te wachten kunnen staan waarmee Groot-Brittannië in 2010 werd geconfronteerd: een ‘hung parliament’, waarin geen enkele partij een meerderheid heeft. Canada heeft in tegenstelling tot Nederland geen traditie van coalitieregeringen. Maioni: ,,Dat wordt hier als ‘ondemocratisch’ gezien.” Vooral als zo’n coalitie ook nog eens afhankelijk zou worden van de steun van de separatistische partij Bloc Quebecois, vult Heard aan. ,,Daar is echt grote weerstand tegen.”

DOUANE VS ZOEKT MET PASEN VERRASSINGSEIEREN

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – De Amerikaanse douane zoekt in aanloop naar Pasen ook naar eieren. Maar niet vanwege de feestdag. De agenten jagen op Kinder Surprise: de bruinwitte chocolade-eieren waarin in een plastic hulsje een nutteloos speelgoedje of poppetje is verstopt. Deze verrassingseieren van Kinder zorgen over de hele wereld voor blije glimmende kindergezichtjes. Behalve in de Verenigde Staten. Daar zijn ze – als enige land ter wereld – verboden.
De Amerikaanse douane vaardigde op Witte Donderdag een decreet uit om het personeel er aan te ‘herinneren’ de surprise-eieren actief op te sporen. Jaarlijks vist de dienst bijna 25.000 choco-eieren uit de bagage van nietsvermoedende toeristen en poststukken. De reden voor de heksenjacht op verrassingseieren is een oude wet die verbiedt om ‘niet-voedzame objecten’ in snoepgoed te verwerken. Een lolly met een stokje mag wel, want zonder het stokje is het lastig lolly’s likken.
Daarnaast beschouwt de douane de verstopte speelgoedjes als ‘geïmporteerde goederen’. De kleine onderdelen die in het ei verstopt zitten, zijn in strijd met de veiligheidsregels voor kinderen onder de drie jaar. Die zouden maar zo in een Kinder Surprise kunnen stikken. Daarom gaan douaniers juist met Pasen ook gewoon door met eieren zoeken. En dat is het hele eiereneten.

50 JAAR NA DE VARKENSBAAI: DE MISLUKTE MISSIE VAN BRIGADE 2506

Ze kregen 150 dollar en maanden CIA-training om op 17 april 1961 het communistische bewind van Fidel Castro omver te werpen. Cubaanse ballingen kijken vijftig jaar na dato terug op de mislukte invasie van de Varkensbaai. ,,Het was gedoemd te mislukken.”
(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
MIAMI (GPD) – Met gevoel voor dramatiek knoopt Jorge Gutierrez zijn zwarte polo open en showt een gapend gat, midden in zijn borstbeen. Dáár, wijst hij, is de Cubaanse kogel die via zijn rug binnenkwam en zijn rechterlong doorboorde weer naar buiten gekomen. Zijn longen piepen, maar zijn ogen glimmen. Want waar anderen een gruwelijk litteken zien, ziet Gutierrez het teken van een wonder. ,,Dat ik het overleefd heb.” Dat hij daarna zestien jaar lang alle gevangenissen van Cuba van binnen mocht bewonderen, lijkt hij gemakshalve even te vergeten. 
Gutierrez (74) is één van de weinige nog levende leden van Brigada Asalto 2506: Cubaanse ballingen die door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA werden gerekruteerd om het communistische bewind van Fidel Castro omver te werpen. De invasie van de Varkensbaai had voor de soldaten van Castro als een volslagen verrassing moeten komen. In plaats daarvan werden de vrijheidsstrijders opgewacht. De rest is geschiedenis: hun missie mislukt.
Toch heeft ‘Bay of Pigs’ in de Cubaans-Amerikaanse gemeenschap van Zuid-Florida mythische proporties aangenomen. Aan Brigade 2506 Way, midden in Little Havana, de woonwijk in Miami waar vrijwel alleen Cubanen wonen, staat het Bay of Pigs-museum. Met honderden foto’s, 118 daarvan van gevallen strijdmakkers, kaarten, boeken en uniformen vertelt het museum het verhaal van de Varkensbaai-veteranen. Een verhaal dat leest als een spannend jongensboek.
Na de Cubaanse revolutie van januari 1959 overheerst bij de Cubanen blijdschap. Ook bij Gutierrez en Francisco José ‘Pepe’ Hernández (74), studenten aan de universiteit van Havana. Gutierrez leert daar voor ingenieur, Hernández studeert rechten. Hernández: ,,We hoopten dat Castro economische voorspoed zou combineren met een eerlijk politiek systeem. Een half jaar na de revolutie grepen de communisten de macht. Castro vertelde me dat een revolutie 24 uur per dag inzet vereist en dat Marxisten als enige bereid zijn 24 uur per dag te werken. Toen kwam de ontgoocheling. En het besef: we moeten iets doen.”
Studenten beginnen een ondergrondse verzetsbeweging. Gutierrez en Hernández, wiens vader door het bewind van Castro is vermoord, reizen naar de Verenigde Staten. Daar spreken ze voor het eerst met CIA-agenten. Contacten die tot stand komen dankzij Manuel Artime, de politiek leider van het Cubaanse verzet. Hernández ziet niks in de geplande invasie. Hij wil vanuit Cuba oppositie blijven voeren tegen Castro. Gutierrez is wel enthousiast. Hij krijgt 150 dollar en twee weken training, zo wordt hem verteld. Het worden uiteindelijk elf maanden.
Op Useppa Island, een eiland voor de kust van Florida, begint zijn training. Gutierrez krijgt nummer 2519 en wordt ondervraagd door psychologen en aan een leugendetectortest onderworpen. De Amerikanen willen er zeker van zijn dat ze niet met Cubaanse spionnen te maken hebben. ,,Ze kenden ons daarna beter dan we onszelf kenden.” Gutierrez zegt het grappend, maar is eigenlijk bloedserieus.
Later verhuist een deel van zijn groep naar Panama, waar ze militaire training krijgen van voormalige Cubaanse legerofficieren. Gutierrez ziet zijn makker Benito Clark  (nummer 2520) vertrekken. Zelf blijft hij achter op Useppa Island, waar hij wordt getraind in radiotelegrafie en cryptologie. In juli gaat hij naar Guatemala. Daar, op een berg, bouwt het team tussen de slangen en poema’s een basis. Ze krijgen les in overleven en leren hoe ze met een machinegeweer moeten omgaan. In december 1960, als Gutierrez in Panama is herenigd met Clark, besluit hun commandant dat de twee worden ingedeeld in het ‘infiltratieteam’. Die groep moet al vóór de invasie onrust stoken.
Terwijl Gutierrez en Clark (nu 69) zich als volleerde spionnen voorbereiden op hun geheime missie, ontdekt Hernández in Havana dat de soldaten van Castro achter hem aanzitten. Hij vlucht naar ambassade van Peru. Daar hoort hij dat een rechtbank in Havana hem bij verstek veroordeelt heeft tot dertig jaar cel. Begin 1961 reist hij via Lima naar de VS, waar hij als nummer 3236 alsnog betrokken raakt bij de invasie.
Gutierrez probeert rond die tijd met een bootje vanaf Key West in Cuba te komen. Pas na vier pogingen – de derde keer komt hij bijna door koolmonoxidevergiftiging om het leven – slaagt hij daarin. Op een geïmproviseerde basis maakt hij contact met de CIA in de VS. Op zondagochtend 19 maart 1961 om 7 uur ’s ochtends blijkt zijn kamp omsingeld door 1500 van Castro’s soldaten. Hij probeert te vluchten, maar wordt in zijn rug geschoten. ,,Ik verloor het bewustzijn niet”, klinkt het trots met een accent dat verraadt dat hij een groot deel van zijn leven Spaans heeft gesproken. ,,De officier die me neerschoot, een luitenant, kwam boven me staan en richtte zijn geweer op me. Maar het weigerde. Dat haperende machinegeweer heeft mijn leven gered.”
Noodgedwongen staat Gutierrez aan de zijlijn van de daadwerkelijke invasie. Als Hernandez zich opmaakt om naar de Varkensbaai te varen, wordt hij opgelapt in een ziekenhuis waar Cubaanse veiligheidsagenten keer op keer zijn zuurstofkraan dichtdraaien.
In zijn kantoor van de Cubaanse Amerikaanse Vrijheidsfederatie, waarvan Hernández voorzitter is, pakt hij een kladblok en een potlood. Hernández, een trotse Cubaan met scherpe gelaatstrekken lijdt aan de ziekte van Parkinson. Een rechte lijn tekenen is lastig.  Op een leeg blaadje schetst hij de bibberige contouren van Cuba. De exacte locatie zit weliswaar in zijn geheugen gegrift, maar het vertelt wat makkelijker, lacht hij.
Want dáár, op Playa Larga zoals de Varkensbaai in het Spaans heet, kwam zijn boot op 17 april 1961 aan. Hernández tekent een even bibberige pijl. De opdracht van zijn veertigkoppige team was schijnbaar eenvoudig: ga naar suikerfabriek Australia. Daar zouden 120 paratroepers op hen wachten. Maar de opdracht wordt minder makkelijk als er negenhonderd van Castro’s soldaten staan te wachten en de munitievoorraad, genoeg voor drie weken, in de haast is achtergebleven op de boot. ,,Iedereen was bang om dood te gaan. Maar we spraken er niet over. Alles ging zo snel, er was geen tijd voor.”
Op 1 mei, Dag van de Arbeid, probeert Hernández via Playa Girón te ontsnappen. ,,We dachten dat Castro dan wel zoveel mogelijk soldaten op de Plaza de la Revolútion zou willen hebben. We slopen weg, maar het volgende wat ik me herinner is dat ik de loop van een geweer in mijn nek voelde.” Hernández wordt naar een gevangenis in het midden van Havana gebracht. Spanish Castle, heet het zestiende-eeuwse bouwwerk, maar een paleis is het allerminst. Toen hij er aan kwam, woog hij 68 kilo. Toen hij na twee jaar in een cel met zestig anderen en één toilet werd vrijgelaten woog hij 41 kilo.
Op die ochtend van 23 december 1963 kwam een bewaker vertellen dat ze op transport gingen. Waarheen, wisten ze niet. Het bleek luchtmachtbasis San Antonio te zijn. Daar zag Hernández rijen witte vliegtuigen staan. Op het staartdeel zag hij ‘PanAm’ staan. ,,Ik was uitzinnig, want toen wist ik dat we naar Miami gingen.” In de vliegtuigen zaten geen stoelen, herinnert Hernández zich. ,,Ik vond dat raar.” Ook de twee stewards waren niet wat ze leken. ,,Ik geloof niet dat ik het ooit tegen iemand heb gezegd, maar het waren CIA-agenten. ‘Wij hebben jullie in deze ellende gebracht, dus we halen jullie er ook weer uit’, zei er eentje tegen mij.”
Jaren na de invasie werd Hernández marinier – inmiddels versneld genaturaliseerd tot Amerikaan. ,,Als officier besefte ik: deze invasie was gedoemd te mislukken. Als we luchtsteun hadden gehad en goede logistiek, dan hadden we kunnen winnen en had de Koude Oorlog er anders uitgezien.” Achteraf bekeken, zegt hij, had de VS zich niet met Cuba moeten bemoeien. ,,Het had óns gevecht moeten zijn, ónze organisatie, ónze fouten.” Aan de andere kant sprak Hernández na zijn gevangenschap langdurig met Robert Kennedy, die destijds als justitieminister ijverde voor de vrijlating van de Cubanen. ,,Als hij president was geworden, dan weet ik zeker dat hij een manier had gevonden om met Fidel af te rekenen. Hij was er zó emotioneel bij betrokken.”
Op het moment dat Hernández naar Miami vliegt om daar zijn inmiddels naar de VS gehaalde familie in de armen te sluiten, begint voor Gutierrez de nachtmerrie pas. ,,Ik werd bestempeld als spion, dus ik werd niet vrijgelaten.” Een rechtbank geeft hem in 1961 de doodstraf. Een uur voor hij voor het vuurpeloton zou staan, besluit Castro alle executies te staken. In plaats daarvan krijgt hij dertig jaar cel. Hij trouwt in de gevangenis met zijn Cubaanse jeugdvriendin, na acht jaar volgt er een bescheiden katholieke ceremonie en heeft hij zijn ‘honeymoon’: twaalf uur mag hij met zijn bruid in een kamer doorbrengen. ,,Ik schoot in één keer raak. Mijn zoon werd negen maanden later geboren.”
Pas in 1978 kan Gutierrez hem in zijn armen sluiten. Dankzij het beleid van president Jimmy Carter gaat Castro akkoord met het vrijlaten van politieke gevangenen. ,,Toen ik in Amerika aankwam, woonde mijn familie daar al. Mijn oudere broer nam me mee naar Disney World. Van de meest gruwelijke plek ter wereld kwam ik ineens in een wereld van gemaakte vrolijkheid terecht.”
KADER 1
De invasie van de Varkensbaai, die tot doel had het communistische regime van Fidel Castro omver te werpen, begint op 17 en duurt tot 19 april 1961. Hoewel alleen Cubanen aan land gingen, werden zij gerekruteerd door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. De Amerikanen, bang dat het communisme te dicht bij Amerikaans grondgebied zou komen (Cuba ligt op slechts 150 kilometer van het zuidelijkste puntje van Florida), hoopten met de hulp van de Cubanen van het ‘probleem’ af te komen. Amper vier maanden na zijn aantreden geeft president John F. Kennedy het bevel tot de invasie. Veel keus heeft hij niet: de plannen komen uit de nalatenschap van zijn voorganger Dwight D. Eisenhower en liggen klaar als hij in het Witte Huis trekt. Ongeveer 1500 Cubaanse ballingen proberen via de zuidoostelijke Varkensbaai binnen te dringen. Ze hadden gerekend op het verrassingselement. In plaats daarvan staan Cubaanse soldaten hen op te wachten. 1200 Cubaanse vrijheidsstrijders worden gevangen genomen. Na twee jaar komen zij vrij in ruil voor 53 miljoen dollar aan voedsel en medicijnen. De meeste ballingen gaan in Miami wonen. Vijftig jaar later is Fidel Castro in Cuba nog steeds aan de macht. Een realiteit waarmee de Cubaanse ballingen nog iedere dag worstelen. Zij dromen nog iedere nacht van een vrij Cuba.
KADER 2
Waarom Brigade 2506?
Op 8 september 1960 verliest de brigade een strijdmakker tijdens een oefening in de Guatemaalse bergen. Carlos Rafael Santana Estevez valt in een ravijn. Zijn lichaam kan pas de volgende dag worden geborgen. Als eerbetoon neemt de brigade het nummer van Santana aan. Brigade 2506 is geboren.