EEN MORMOON ALS PRESIDENT?

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – In de zomer, als de zon de temperatuur boven de dertig graden stuwt, lopen mooie meisjes in duo’s rond de witte mormoonse tempel met kitscherige gouden beelden in Salt Lake City. Ze dragen kasjmieren kabeltruien met mouwen tot de polsen en rokken tot de enkels. Op hun gezicht staat een lieflijke glimlach. Het is hun taak om bezoekers in te lichten over hun geloof, in de hoop dat een paar zich zullen bekeren.
Ongeveer 3500 kilometer verderop, in New York, wordt de zendingsdrang van de mormonen iedere avond op de hak genomen in de enorm populaire musical The Book of Mormon, waarin twee mormonen als zendeling naar Oeganda gaan. Op betaalzender HBO heeft de mormonenserie Big Love – over een polygame man met drie echtgenotes en negen kinderen – net het vijfde en laatste seizoen beleefd. En nu heeft Amerika twee Republikeinse presidentskandidaten die mormoon zijn. En de ene, Mitt Romney, heeft ook nog eens de beste papieren om het in 2012 op te nemen tegen Barack Obama.
Religie zou geen rol moeten spelen in Amerika, waar godsdienstvrijheid als zo’n groot goed wordt beschouwd. Maar mormonisme lijkt in de marge wel een rolletje op te eisen. Een pastor in Texas (en aanhanger van presidentskandidaat Rick Perry) noemde de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, de officiële naam van de geloofsstroming, afgelopen weekend ‘een sekte’ en ‘een nep-religie’. En Romney is volgens hem geen christen.
Het doet Dale Jones, woordvoerder van de mormonen, geërgerd zuchten. Hij dacht dat zijn geloof – de vierde kerk van de VS – na al die jaren eindelijk was geaccepteerd. Vorig jaar werd er zelfs een publiciteitscampagne opgetuigd om vooroordelen weg te nemen, vorige week kreeg die in twaalf steden een vervolg. ‘I’m a Mormon’ laat gewone mensen zien die vertellen over hun geloof. ,,Maar we lopen nog altijd tegen dezelfde muren aan: we zijn niet christelijk, we zijn polygamisten.”
De polygamie, ‘veelwijverij’, is officieel al in 1890 afgeschaft. Maar fundamentalistische afsplitsingen staan het nog steeds toe. Warren Jeffs preekte in zijn kerk polygamie – ook met jonge meisjes. Het leverde hem in augustus een levenslange gevangenisstraf op.
Op de vraag of mormonen christelijk zijn – mormonen geloven niet in de heilige drie-eenheid – is het antwoord van Jones simpel: ,,Wij geloven in Jezus Christus, dus zijn wij christelijk.” Beide presidentskandidaten, naast Romney ook oud-China-ambassadeur Jon Huntsman, zeggen zich christen te voelen. De kerk is politiek neutraal, stelt Jones. Maar hij laat wel doorschemeren dat hij trots is dat geloofsgenoten – of hij het nu met hun standpunten eens is of niet – een gooi doen naar de macht.
Maar dat geloof wordt angstvallig buiten de campagne gehouden. In zijn vorige poging president te worden, in 2007, sprak Romney nog wel over zijn geloof. Vervolgens verloor hij de voorverkiezingen in Iowa van baptist Mike Huckabee. In deze campagne heeft Romney, die vanwege de richtlijnen van de mormonen geen koffie, thee of alcohol drinkt, het woord ‘mormoon’ nog niet in de mond genomen. Twintig procent van de Republikeinen zegt geen mormoon als president te steunen. Maar in 1959 zei 25 procent van de kiezers niet op een katholiek te stemmen en toch werd John F. Kennedy president. Als Romney bij de Republikeinen als sterkste uit de bus komt en het in november 2012 opneemt tegen Obama, zou hij bij winst in januari 2013 als eerste mormoon kunnen verhuizen naar het Witte Huis.

KADER:
The Book of Mormon is niet alleen een populaire Broadway-musical, maar ook het heilige boek van de mormonen. De tekst zou ooit in een oude taal geschreven zijn op gouden platen, die begraven waren in een heuvel in de staat New York. Joseph Smith vond de teksten, nadat hij op een nacht een visioen had waarin God, Jezus en de engel Moroni hem vertelden dat Jezus na zijn verrijzenis een bezoek bracht aan Amerika. Moroni leidde hem naar de platen, die Smith prompt vertaalde naar het Engels en uitbracht in 1830. Het hoofdkwartier van de mormonen, of de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, staat in Salt Lake City, in de staat Utah, die werd gesticht door toenmalig kerkleider Brigham Young. Momenteel noemen ongeveer 14 miljoen mensen wereldwijd zich mormoon; in Nederland zijn dat er ongeveer 8000. Mormonen zien zichzelf als christenen, maar veel christenen bestempelen het geloof als ‘on-christelijk’. Zo denken veel mensen dat polygamie (met meerdere vrouwen tegelijk getrouwd zijn) één van de kenmerken van het geloof is. Officieel heeft de kerk dat in 1890 afgeschaft, zodat Utah zich als 45ste staat kon aansluiten bij de Verenigde Staten.

WERKLOOSHEID IN DE VS: OP JE 54STE WEER BIJ JE MOEDER INTREKKEN

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
WASHINGTON (GPD) – Trina Brooks is 54 en is net weer bij haar moeder ingetrokken. Ze zegt het nog maar een keer, met een diepe zucht. ,,Ik ben 54 jaar oud en woon weer bij mijn moeder.” Het was een wanhoopsdaad nadat ze vijf jaar lang zonder succes had gezocht naar een baan en de bodem van haar spaarpot was bereikt. ,,Begrijp me goed: I love my mom. Maar ik vind het verschrikkelijk dat ik niet meer op mezelf kan wonen.”
Werkloosheid is zo’n groot probleem in de Verenigde Staten dat kaartenfabrikant Hallmark een speciale ‘sorry dat je geen baan hebt-kaart’ op de markt brengt. Het percentage van de bevolking dat op zoek is naar werk, schommelt al sinds eind 2009 rond de negen procent. En alle pogingen van president Barack Obama en het Congres – hemelsbreed maar 3,5 kilometer verderop – ten spijt, dalen wil het maar niet. Maar in het deel van Washington waar Brooks woont, aan de andere kant van de Anacostiarivier, is de werkloosheid met 25 procent hoger dan in welke stadswijk in de VS dan ook.
De Amerikaanse hoofdstad is opgedeeld in acht delen en Anacostia in Ward 8 is het slechte deel van de stad ,,Er wonen bijna uitsluitend zwarte Amerikanen. Er is veel criminaliteit, drugsgebruik, armoede”, zegt Benjamin Orr, onderzoeker van de toonaangevende denktank Brookings Institution. ,,Dit is ‘da hood’, het getto”, vat Sylvester Garris puntig samen. ,,Gewapende overvallen zich hier aan de orde van de dag. Ik ben zelf ook al eens bedreigd met een vuurwapen en neergestoken.”
Garris deed alles wat hij moest doen: haalde aan de Thurgood Marshall High School (vernoemd naar de eerste zwarte Amerikaanse opperrechter) zijn middelbare schooldiploma – de meeste mensen in Southeast bereiken die mijlpaal niet eens – en begon met zijn vervolgstudie, politicologie. Maar toen was het geld op en werk was er niet. Dus besloot Garris zich aan te melden bij de National Guard. Straks, na negen weken training in Missouri, kan hij op kosten van het Amerikaanse leger verder studeren. ,,Want een opleiding kan het verschil maken.”
Gebrek aan opleiding is volgens onderzoeker Orr het cruciale probleem. Er zijn voldoende banen in het hoofdstedelijk District of Columbia en Washington staat zelfs bekend als de stad waar ook zwarte Amerikanen goede kans hebben op een baan. ,,Maar de banenmarkt vereist hier wel minimaal een bachelor- of masterdiploma”, weet Orr. ,,Met alleen middelbare school kun je geen goede baan vinden.”
De meeste mensen in Southeast bakken hamburgers bij McDonald’s of zijn caissière in een supermarkt. Maar in de wijk zelf zijn geen fastfoodketens en nauwelijks supermarkten. ,,Er moeten echt meer bedrijven naar Anacostia komen”, vindt Thelma Smith, moeder van drie zonen van 18, 20 en 24 en langdurig werkloos.
Eleanor Norton Holmes, de afgevaardigde voor het District of Columbia, hoopt dat het ministerie van binnenlandse veiligheid, dat binnenkort in Ward 8 gevestigd wordt, werkgelegenheid creëert met restaurantjes en winkels. Het zal niet lukken, voorspelt Orr. ,,Als je in zo’n steng beveiligd pand werkt, ga je niet even naar buiten om een broodje te kopen.”
Trina Brooks rekent niet op een baan bij het ministerie. Terwijl ze blijft hopen dat president Barack Obama erin zal slagen het tij te keren, heeft ze in juni maar een WAO-uitkering aangevraagd. ,,Zo heb ik in ieder geval een klein inkomen.” Ze lijdt aan de auto-immuunziekte lupus en heeft reuma. Vandaag heeft ze bij de sociale dienst geïnformeerd hoe het daarmee staat. Antwoord kreeg ze niet, maar het liefst wil ze werken. ,,Als ik straks een uitkering heb en ik zou een training bij het arbeidsbureau willen volgen, dan word ik gekort omdat ze er dan van uitgaan dat ik ook kan werken. Meestal kán ik dat ook, maar er ís geen werk.”

STEVE JOBS 1955-2011: MISTER APPLE LEEFT NIET MEER

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Iedere ochtend keek Steve Jobs in de spiegel en stelde hij zichzelf deze vraag: als dit de laatste dag van mijn leven was, zou ik dan willen doen wat ik vandaag ga doen? ,,Als het antwoord te veel dagen achter elkaar ‘nee’ was, wist ik dat ik iets moest veranderen”, zei Jobs tijdens een toespraak voor Stanford University in 2005. Jobs – bevlogen, enthousiast, levenslustig – was toen net genezen van alvleesklierkanker. Woensdag zou de ziekte hem alsnog, op 56-jarige leeftijd, fataal worden. Nieuws dat velen lazen op hun iPhones en iPads, een dag nadat Apple – zonder Jobs – de iPhone 4S presenteerde.
Jobs vergaarde faam als topman van Apple, het elektronicabedrijf dat hij in 1976 mede oprichtte. Maar hij was meer dan een bestuurder: hij was een visionair, die zich persoonlijk bemoeide met de apparaten die Apple in de markt zette. Steve Jobs was Apple en Apple was Steve Jobs. De iMac, de iPod, de iPhone, de iPad: allemaal dragen ze het stempel van goedkeuring van Jobs zelf. En als hij, wandelend over een podium in zijn eeuwige zwarte coltrui, spijkerbroek en sneakers zijn nieuwste producten presenteerde, dan moesten alle details kloppen. Dat ging zelfs zover dat Jobs er persoonlijk voor zorgde dat de kleur geel van de tweede letter ‘o’ van het Google-logo op de iPhone werd aangepast. Hij sommeerde één van de directeuren van Google hem thuis te bellen – op een zondag. ,,Ik ben er niet blij mee, het is gewoon verkeerd”, vertelde hij de verbaasde Google-directeur. Een dag later was het gefixt. Als eerbetoon zette Google gisteren Jobs’ naam op zijn homepage.
Jobs biologische moeder was een ongetrouwde studente en besloot haar baby in 1955 op te geven voor adoptie. Ze had één eis: de ouders moesten een universiteitsdiploma hebben. Baby Jobs zou geadopteerd worden door een advocatenechtpaar. Maar die besloten op het laatste moment dat ze liever een dochtertje wilden. Dus kwam Jobs terecht bij een moeder zonder universiteitsdiploma en een vader die zijn middelbare school niet eens had afgemaakt. Ze moesten Jobs’ biologische moeder beloven dat ze haar baby naar de universiteit zouden sturen. Maar Jobs zag er na een semester de waarde niet van in en besloot zijn ouders niet langer op kosten te jagen. Hij schreef zich uit, maar bleef colleges volgen. Slapen deed hij op de grond bij vrienden, maaltijden at hij in de tempel van de Hare Krishna. Afstuderen deed hij nooit.
Het ontbreken van een diploma hinderde hem niet. Jobs richtte samen met twee vrienden Apple, Inc. op. Het succes volgde pas later. Daarvoor moest Jobs in 1985 eerst door de door hemzelf aangenomen directeur worden ontslagen, om er na een paar omzwervingen in 1996 weer terug te keren. Daarop volgden de gouden jaren. Apple werd weer winstgevend, verkocht miljoenen iPhones en iPads en groeide dit jaar zelfs uit tot ’s werelds grootste bedrijf.
Terwijl Apple floreerde, ging de gezondheid van Jobs achteruit. In de afgelopen acht jaar ging hij drie keer met ziekteverlof. Hij genas van alvleesklierkanker, onderging in 2009 een (geheime) levertransplantatie en januari van dit jaar liet zijn lichaam hem weer in de steek. Eind augustus legde hij zijn functie als hoogste baas neer.
Apple kondigde zijn dood aan met de woorden dat ‘de wereld onmetelijk veel beter is’ dankzij Jobs en eerde hun topman met een grote zwart-wit foto op de website. Microsoft-baas Bil Gates, een concurrent van Apple, noemde het een ‘waanzinnige eer’ om met Jobs te hebben mogen samengewerkt. Facebook-bedenker Mark Zuckerberg noemde Jobs zijn mentor.
Pas recent hoorde de biologische vader van Jobs, de 80-jarige Syrische immigrant Abdulfattah John Jandali, dat het kind dat hij destijds afstond uitgegroeid is tot de beroemde Apple-topman. Jandali, nu directeur van een casino in Reno, Nevada, zei eind augustus in the New York Post dat hij niet de indruk wilde wekken dat hij op het fortuin van zijn zoon uit was. ,,Ik zou nooit de telefoon oppakken om hem te bellen, zelfs niet als één van ons op ons sterfbed zou liggen.”

10 JAAR AFGHANISTAN: DE OORLOG DIE NIET TE WINNEN VALT

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – De oorlog in Afghanistan die op 7 oktober 2001 begon als antwoord op de aanslagen van 9/11 had een krachtige, maar vooral korte strijd moeten zijn. Het werd de langste oorlog uit de Amerikaanse geschiedenis. En het eind is nog niet in zicht. ,,De oorlog in Afghanistan is als een almaar uitzaaiende kanker die militair niet te winnen valt,” stelt hoogleraar internationale betrekkingen en oud-militair Andrew Bacevich.
In de tien jaar die Operatie Enduring Freedom (duurzame vrijheid) nu duurt, kwamen ruim 1680 Amerikaanse soldaten terug in een kist bedekt met de Amerikaanse vlag, vrijwel dagelijks sneuvelen er militairen. De oorlog heeft tot nu toe 461 miljard dollar (348 miljard euro) belastinggeld gekost. Op een website die de kosten van de oorlog bijhoudt, wordt dat bedrag met duizelingwekkende snelheid hoger. Uit een recent onderzoek van het Pew Research Center blijkt dat 50 procent van de veteranen meent dat de oorlog zinloos is. Een mening die Bacevich van harte onderschrijft.
Bacevich, verbonden aan Boston University, schreef Washington Rules: America’s Path to Permanent War (het Amerikaanse pad naar permanente oorlog). Hoewel daar in Afghanistan volgens de hoogleraar nog geen sprake van is, staat de oorlog nu al bekend als ‘the long war’ (de lange oorlog). ,,En een einde zal nooit kunnen worden gekwalificeerd als ‘overwinning’. In deze oorlog is winst ongrijpbaar geworden.”
Volgens Bacevich beseffen de Amerikanen niet welke ‘catastrofale fout’ toenmalig president George W. Bush na de aanslagen van 11 september 2001 heeft gemaakt. ,,Amerikanen denken nog altijd dat militair ingrijpen dé oplossing is, een idee dat voortkomt uit de Tweede Wereldoorlog. Terwijl Europa zich realiseerde dat oorlog slecht was, dachten Amerikanen dat oorlog goed was voor de VS. Wij waren immers ongeschonden als winnaar én economische supermacht uit de bus gekomen. Nu begint het langzaam door te dringen dat oorlog niet goed is.”
Bacevich verdeelt de oorlog in drie hoofdstukken.
Hoofdstuk 1: ‘shock and awe’. ,,De regering-Bush dacht dat het met overweldigende militaire macht Afghanistan kon binnenvallen, de ‘bad guys’ omver kon werpen en weer terug naar huis kon gaan. Maar ze kwamen er niet meer weg.”
Hoofdstuk 2: het tegenwerken van de opstand, de zogeheten ‘counter-insurgency’. ,,Dat is een erg lange, bloedige strategie. Ik zag dat zelf toen ik als militair in Vietnam vocht. De geschiedenis heeft bewezen dat die tactiek vaak mislukt, omdat het publiek zich tegen de oorlog keert voor deze strategie succes heeft. In Afghanistan zien we dat de taliban zich niet laten verjagen. Ze hebben alle tijd.”
Hoofdstuk 3: oorlog met onbemande vliegtuigjes. ,,Deze drones worden door president Barack Obama steeds vaker ingezet. De regering wil ons doen laten geloven dat die onbemande vliegtuigjes alle mensen kunnen doden waarvan wij denken dat het terroristen zijn. Maar dat is natuurlijk zeer onwaarschijnlijk.”
Het is volgens Bacevich steeds duidelijker dat de oorlog in Afghanistan te veel kost en dat het de VS niks oplevert. Hij verwacht echter niet dat het 10-jarige jubileum van de Afghanistanoorlog in de VS voor veel publiciteit zal zorgen. ,,Wat de troepen in het verre Afghanistan doen, heeft geen impact op het dagelijks leven van de gewone Amerikaan. Tenzij jouw zoon of vader terugkomt in een lijkenzak, maar dat is – vreemd genoeg – politiek onbelangrijk.”

BEWINDVOERDER BAKKER: MOEILIJK OM NU WEG TE GAAN BIJ IMF

In zijn viereneenhalf jaar als Nederlandse bewindvoerder bij het IMF zag Age Bakker het fonds veranderen van op-sterven-na-dood naar een cruciale speler in de financiële crisis. In deze turbulente periode heeft hij afscheid genomen. ,,Ik vergelijk mijn tijd hier met een rollercoaster: als je denkt dat je er bent, krijg je nog een laatste zwiep.”

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
WASHINGTON (GPD) – Toen Age Bakker 16 was, kreeg hij van zijn ouders 100 gulden en een treinkaartje naar Grenoble, waar hij zou gaan studeren. Toen hij in Parijs een tussenstop maakte, ging hij er ‘aan de boemel’. Na een nacht was de 100 gulden op. Pretoogjes: ,,Toen ben ik maar verder gereisd naar Grenoble.”
Die 100 gulden heeft hij misschien niet verstandig geïnvesteerd – of misschien wel, aangezien het hem na meer dan vier decennia nog pretoogjes bezorgt – maar toch zou Bakker (61) later topeconoom worden. Terwijl hij in zijn tienerjaren schrijver wilde worden. Lachend: ,,Dat is niet gelukt. Al heb ik inmiddels wel zeker tien economieboeken op mijn naam staan.”
De jonge Age was een vroege en pientere leerling en sloeg op het gymnasium een klas over. Daarom was hij pas zestien toen hij zijn diploma in ontvangst nam. Hij besloot Franse letterkunde te gaan studeren. ,,In die tijd was Frans heel belangrijk, vooral in Europa.” Het jaar in Grenoble was ‘bijzonder leuk’, zegt Bakker in zijn werkkamer in het gebouw van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in Washington. ,,Maar ik heb er bijzonder weinig gestudeerd. Eerst waren er de Olympische Spelen, waar ik werd afgeleid door de Nederlandse schaatssuccessen. Later was er de meistaking, waardoor de universiteit dicht ging.” Bakker demonstreerde mee. ,,Ik had geen flauw benul waar het over ging, maar ik stond aan de kant van de studenten.”
Maar na het jaar in Grenoble moest er een degelijk vak worden geleerd. Hij koos, net als zijn beide ouders, voor economie. Het zou hem helemaal naar Washington brengen, naar zijn ‘droombaan’. ,,Hier komt alles samen: de economische theorie en het politieke beleid.”
Hij had al eerder geproefd aan het werk bij het IMF, toen hij onder Onno Ruding en Koos Polak – “de grand old man van het IMF” – tijdelijk in Washington werkte. ,,Ik wist het toen al: ooit wil ik op hun stoel zitten. Toen ik in 1989 mijn huidige vrouw ontmoette, stelde ik één huwelijkse voorwaarde: ik zou ooit nog wel naar Washington willen, ga je dan mee? Ik had altijd wel voor haar gekozen, maar ze vond het gelukkig geen probleem.”
In 2007 was het zover: hij werd de Nederlandse bewindvoerder. Bij het IMF kennen ze Bakker als ‘executive director’, een functie waarin hij de belangen van Nederland en twaalf andere, vooral Oost-Europese landen behartigt. ,,Toen ik hier kwam schrok ik van wat ik aantrof. De wereldeconomie deed het toen goed, er werden hardop vragen gesteld over het bestaansrecht van het IMF. De stafleden die na de crises in Azië waren aangenomen, waren blijven hangen. Ze schreven elkaar nota’s. De organisatie moest opgeschud worden.”
Terwijl zijn vrouw werk maakte van het verwelkomen van nieuwe stafleden en hun families (“zij kent meer stafleden dan ik!”) stapte Bakker het kantoor van Dominique Strauss-Kahn binnen, die een paar maanden na de komst van Bakker als directeur was begonnen, met plannen om het IMF af te slanken, een betere focus te geven waardoor het voor landen aantrekkelijker zou worden om bij het IMF aan te kloppen. Met succes. ,,Daardoor waren we er klaar voor toen de crisis kwam.”
Al zou er in die tumultueuze maanden nog een ongeplande leiderschapswissel volgen. Strauss-Kahn stapte op na beschuldiging van verkrachting. ,,Een drama, zowel voor hem persoonlijk als voor het IMF. Ondanks de reorganisatie was hij geliefd en hij heeft het heel goed gedaan. Hij was een bekwaam politicus en een goede econoom. De juiste man op de juiste plaats.” Bakker maakte zich sterk voor een snelle en sterke vervanger, dat werd Christine Lagarde. ,,Ik was daar heel nauw bij betrokken, heel erg nauw, mag ik wel zeggen. Ze heeft een vliegende start gemaakt en Strauss-Kahn doen laten vergeten.”
Bakker leeft voor zijn werk. Als hij zijn afscheid had kunnen ensceneren, dan had hij graag het eind van deze crisistijden nog meegemaakt. ,,Het is moeilijk om nu te gaan. Maar mijn vertrek stond al lang vast en ik heb gezien dat je ook te lang kunt blijven hangen. Dat is ook niet goed.”
Zijn laatste periode is in ieder geval niet saai geweest. ,,Ik vergelijk het met een rollercoaster (vertaling: achtbaan): net als je denkt dat je er bent, krijg je nog een laatste zwiep.”
Oekraïne, één van de landen die Bakker onder zijn hoede heeft, klopte drie dagen na de val van Lehman Brothers bij het IMF aan. Daar is hij blij mee. ,,In 2009 zakte de economie daar met 16 procent in. Maar nu hebben ze een groei van 6 procent.” Bakker had graag gezien dat Griekenland ook zo pro-actief was geweest. Dan was de situatie in Europa nu heel anders geweest, denkt hij. ,,In Griekenland bleven ze maar in de denial-stand (vertaling: ontkenningfase). Het land talmde maanden voor het toegaf dat het hulp nodig had. Terwijl de ervaring leert dat het alleen maar erger wordt. Europa draalde trouwens ook. Daar heerste de gedachte dat je als EU-land toch niet bij het IMF kon aankloppen.”
Al is het IMF ook niet helemaal brandschoon en daarvoor steekt Bakker de hand ruiterlijk in eigen boezem. ,,We zijn bij de waarschuwingen aan Europa tekort geschoten. Dat had duidelijker gekund.”
Bakker gooit er nog maar eens een Engelse uitdrukking in, die na vier jaar onderdompeling in die taal meer op het puntje van zijn tong ligt dan de Nederlandse: ,,There’s no use crying over spilled milk.” De vertaling: gedane zaken nemen geen keer.
Zijn functie was zwaar: altijd bereikbaar zijn en lange dagen op kantoor. ,,Het zwaartepunt ligt vanwege het tijdsverschil in de ochtend. Dan bel ik met Europa.” Inmiddels is Bakker een ochtendmens. Toen hij als student een half jaar onderzoek deed in Tunesië moest hij iedere ochtend héél vroeg opstaan om van half vier tot zeven uur met een tolk groente- en fruithandelaars te interviewen. Dat was zwaar. ,,Het voordeel toen: de rest van de dag had ik vrij.” Weer zijn daar die pretoogjes. ,,Nu is dat wel anders.”
En als Bakker voor het IMF op reis ging, waren de dagen nog langer. ,,Een tripje naar Curaçao klinkt leuk, maar ik ben wel van donderdagavond tot dinsdagnacht aan het werk. En woensdagochtend zit ik dan weer achter mijn bureau op kantoor. En ik ben de afgelopen jaren wel twaalf keer de oceaan over geweest.”
Bakker vond het nodig alle landen te bezoeken die hij vertegenwoordigt. Zoals toen Roemenië de hand ophield bij het IMF. ,,Roemenië heeft een slechte track-record (vertaling: reputatie) bij het IMF, hield zich vaak niet aan afspraken. Ik wilde niet dat mij dat zou overkomen.” Bakker stapte op het vliegtuig naar Boekarest en vroeg om een onderhoud met de president en de premier. ,,Ik heb ze toen op de man af gezegd ‘ik zit hier als jullie vertegenwoordiger en ik wil dat jullie je aan de afspraken houden’.” Zijn aanpak werkte. Roemenië is nu een succesverhaal. ,,Maar je begrijpt dat we straks niet veel zullen gaan reizen, ik heb daar wel even genoeg van gehad.”
Maar in Washington heeft Bakker het ‘geweldig leuk gehad’. Hij genoot van de multiculturele stad, ging samen met zijn vrouw naar experimenteel toneel, nam lessen jazzimprovisatie en in de weekenden fietste hij in 2,5 uur een heuvelachtig rondje Rock Creek Park. ,,Met dit werk en op mijn leeftijd is het belangrijk om lichamelijk fit te blijven.” Maar de ochtenden met zijn zoon waren misschien wel het meest memorabel, dankzij de regel dat in de VS ouders hun kinderen vanaf 16 jaar rijles mogen geven. ,,Twee jaar lang reden we samen iedere ochtend door de spits naar de internationale school, Feite achter het stuur van onze tweedehands convertible (vertaling: cabrio) en ik gaf hem aanwijzingen.”
Hoewel Bakker van iedere dag genoten zegt te hebben, verlangt hij naar ‘een andere versnelling’ – “van de vijfde naar de vierde” – door terug te keren naar hun huis in Bussum en de boerderij in Drenthe die hij van zijn grootouders erfde. In februari keert hij terug als hoogleraar aan de Vrije Universiteit, een leerstoel die hij al eerder vervulde en de universiteit speciaal voor hem vrijhield.
Ambieert Bakker, net als vader Joop, nog een politieke carrière, bijvoorbeeld als minister van Financiën of Economische Zaken? ,,Beslist niet. Ik heb in 2006 meegeschreven aan het CDA-programma en dat vond ik leuk. U vroeg eerder of ik niet de behoefte had om me af te zetten tegen mijn ouders door iets anders dan economie te studeren. Dat had ik totaal niet. Maar ik wist al op hele jonge leeftijd dat ik nooit de politiek in wilde. We waren allemaal trots op mijn vader en ik wil er niet over uitweiden, maar ik heb gezien wat voor beslag dat legde op ons gezin. Dat wil ik mijn gezin nooit aandoen.”
Zijn gezin is het enige dierbare dat nog over is gebleven in zijn gestripte werkkamer, op foto’s in de kast achter zijn bureau. De rest is al in een container onderweg naar huis. Bakker en zijn vrouw volgen morgen (2 oktober). ,,Zoals de Amerikanen hier tegen me zeggen: het leven begint bij 61.”

KADER:
– Age Feite Poppe Bakker werd op 15 juni 1950 geboren in Bolsward
– Vader was ARP-politicus en econoom Joop Bakker, die in de jaren zestig en zeventig minister van Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat was. Moeder Mieke Vegter was eveneens econoom
– Studeerde Franse letterkunde aan de universiteit van Grenoble en economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam
– Was onderdirecteur bij De Nederlandsche Bank en kroonlid van de Sociaal-Economische Raad
– Getrouwd met zangeres Klara, vader van een dochter Barbara van 31 (uit een eerder huwelijk van zijn echtgenote) en zoon Feite van 20. Barbara is psycholoog, Feite studeert wiskunde (economie vond hij ‘te makkelijk’)
– Nam afscheid als Nederlandse bewindvoerder bij het IMF
– Wordt hoogleraar financiële markten aan de Vrije Universiteit in Amsterdam

VERKOCHT: SPOOKSTAD IN SOUTH DAKOTA

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
SCENIC (GPD) – De zwart-witte kat die midden op de weg ligt, voor wat ooit het tankstation was, lijkt te slapen. In werkelijkheid is het beestje doodgereden door één van de zevenhonderd auto’s die iedere dag door het plaatsje Scenic – aantal inwoners: acht – in South Dakota rijden.
Voor nietsvermoedende toeristen, op bezoek in het nabijgelegen Badlands National Park, klinkt Scenic – Engels voor ‘schilderachtig’ – aanlokkelijk. En als je over Main Street rijdt, waan je je ook op de set van een westernfilm. Maar wel eentje van tientallen jaren geleden die door de filmmakers is achtergelaten om te verkommeren.
Op de gevel van Longhorn Saloon uit 1906 staat een gastvrije boodschap: ‘indians allowed’ (indianen toegestaan). Het lijkt alsof een cowboy ieder moment de teugels van zijn paard om de balken voor de ingang kan wikkelen. De saloon belooft whisky, bier, wijn en tabak – geen sasparilla – maar de uitspanning is gesloten. Net zoals het postkantoor, de gevangenis en alle andere panden in het piepkleine plaatsje is de deur voorzien van een groot roestig hangslot. De pompen van het tankstation gaan schuil onder zwarte afvalzakken. Hier is geen benzine meer.
Toen Scenic in 1906 werd gesticht, was het vanwege de spoorlijn die er langs liep een welvarend plaatsje. Op het hoogtepunt woonden er 88 mensen en was er zelfs een hotel. Maar tijdens de Great Depression van de jaren dertig verdwenen de treinen. In de loop der jaren veranderde Scenic in een spookstad, waar de wind huilt en speelt met stukken hooi en dorre takken.
Daarom besloot Twila Merrill, die alle 46 hectare grond in Scenic bezit, het hele stadje te verkopen. Voor 799.000 dollar (583.000 euro). Makelaar David Olsen van Coldwell Banker wist niet wat hem overkwam. In plattelandsstaat South Dakota worden wel vaker grote stukken grond verkocht, maar een hele stad? ,,Dat had ik nog nooit meegemaakt.”
In 1963 kocht Merrill de saloon. Het was volgens haar vader een goede investering. Stukje bij beetje kocht ze alle 59 percelen op. Maar nu heeft ze kanker en vindt haar familie – zes van de acht dorpsgenoten – het tijd om hun woningen in Scenic te verlaten en dichter bij een ziekenhuis te gaan wonen. Het dichtstbijzijnde stadje ligt immers 70 kilometer verderop.
Olsen had niet verwacht dat het dorp verkoopbaar was. Maar dankzij publiciteit in Amerikaanse media die ‘te koop: een westernstad’ tot de verbeelding vonden spreken, werd de website van zijn plattelandsmakelaardij platgelegd door 20 miljoen bezoekers. Er volgden vijfhonderd telefoontjes. Honderd potentiële kopers werden er 25 en op het eind streden vijf kopers om Scenic. Merrill mocht de knoop doorhakken. ,,Als ze door haar ziekte niet zoveel haast had gehad, had ze het voor een veel hogere prijs kunnen verkopen.”
Wie het stadje heeft gekocht, mag Olsen niet zeggen. Ook niet wat die persoon met Scenic van plan is. Er is een geheimhoudingsclausule getekend. ,,Over een paar maanden maakt de koper zijn plannen bekend”, klinkt het mysterieus. Misschien duikt het plaatsje in de toekomst toch op als set voor een Hollywoodfilm vol cowboys.

ARMER DAN ALLEN BESTAAT NIET

Nog nooit was de Verenigde Staten – het ‘rijkste land ter wereld’ – armer dan nu. En in arm Amerika is er geen plek armer dan Allen in South Dakota.
(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
ALLEN (GPD) – Niemand heeft de moeite genomen de weg naar Allen te asfalteren. Auto’s uit het dorp in South Dakota zijn herkenbaar aan een dikke laag stof als het droog is en een dikke laag modder als het heeft geregend. En in de meeste voorruiten zit een een ster die zo groot is dat Carglass ’m onmogelijk nog kan repareren. Soms dringt de rottende lucht van ‘roadkill’ de auto binnen. En de term ‘huis’ is te veel eer voor de krakkemikkige hutjes die langs de onverharde Allen Road staan.
Het klinkt niet als een fijne plek om te wonen. En dat is het ook niet. Allen, op de rand van het Pine Ridge indianenreservaat van de Oglala Lakota Sioux, weggestopt achter de schoonheid van Badlands National Park in South Dakota, is de armste plaats in de Verenigde Staten.
De armoede van Allen is pijnlijk zichtbaar. Niet alleen aan de slecht onderhouden huisjes en auto’s die twintig jaar geleden al antiek waren, maar vooral als je naar de gebitten van de inwoners kijkt. John Whirlwind Horse, die zes dagen per week het postkantoor draaiende houdt, mist de helft van zijn bovengebit. De tanden van Justin Poor Bear (what’s in a name) gaan schuil onder een dikke laag tandplak. Dezelfde genen die jonge vrouwen in Allen tienermeisjes laten lijken, hebben zich tegen Martha Dubray gekeerd. Ze is 67 – stokoud naar de maatstaven van Allen – maar ziet er dankzij een huid die op gelooid leer lijkt nog eens decennia ouder uit. Ze heeft geen tanden meer. En ook geen kunstgebit. Maar veel erger vindt ze het dat ze deze maand niet kan koken en dat het ze het zonder verwarming moet stellen. Toen van haar uitkering van 416 dollar (303 euro) de huur van 150 dollar (109 euro) en alle rekeningen waren betaald, had ze geen geld meer over om de propaantank bij haar huis te laten vullen.
Vorige week maakte het Amerikaanse bureau voor de statistiek de meest recente armoedecijfers bekend. In 2010 leefde 15,1 procent van de Amerikaanse bevolking onder de armoedegrens, die voor een gezin met twee kinderen is vastgesteld op een jaarinkomen van 22.350 dollar (16.250 euro). Dat klinkt erger als je hoort hoeveel mensen dat zijn: 46,2 miljoen. Dat is bijna drie keer het aantal inwoners van Nederland. Miljoenen Amerikanen zijn afhankelijk van bijstandcheques en voedselbonnen. En de werkloosheid neemt alleen maar toe, waardoor de armoede nijpender wordt. Het is een vicieuze cirkel.
Maar nergens is de armoede erger dan in Allen. Jaar in, jaar uit komt dit plaatsje met 400 inwoners als allerarmste uit de bus. Een paar deprimerende statistieken: bijna iedereen is hier werkloos, de overgrote meerderheid lijdt door slechte eetgewoonten aan suikerziekte, het zelfmoordcijfer is het hoogste van de staat, de gemiddelde man wordt er niet ouder dan 40 en meer dan 96 procent leeft ver onder de armoedegrens: hier moeten ze met gemiddeld 4000 dollar (2900 euro) per jaar rondkomen.
En dat lukt dus niet, weet Marla Flood. Ooit droomde ze bescheiden dromen over doorleren en een baan als secretaresse. Nu is ze 21 – al kan ze met gemak doorgaan voor 12 – is ze alleenstaande moeder en heeft ze haar middelbare school niet eens afgemaakt. Haar vader ging onverwachts dood en toen zag Flood het nut van leren niet meer in. En banen zijn er niet in Allen. Dus is ze nu, zoals bijna al haar dorpsgenoten, afhankelijk van een uitkering. Om haar 342 dollar (249 euro) per maand te krijgen, kookt ze iedere dag in het gemeenschapscentrum van Allen maaltijden voor senioren als Martha Dubray. Een dagelijkse uitdaging, want Flood woont 7 kilometer buiten de dorpskern en vervoer heeft ze niet. Ze is afhankelijk van mensen die haar een lift geven of ze moet lopen. Maar ze móét, want komt ze niet, dan krijgt ze geen uitkering. En zonder dat geld kan ze niet voor de tweejarige Mariah (vernoemd naar de zangeres) zorgen.
Meisjes in Allen worden vroeg moeder. Niet alleen omdat seksuele voorlichting niet wordt gegeven op de scholen die op het reservaat staan, maar ook omdat ieder
kind meer geld oplevert. ,,Je wilt niet weten hoe vaak ik hier meisjes van 14, 15 op de stoel heb gehad die op mijn vraag wat hun doel was bloedserieus antwoorden: ‘Nog een kind! En nog één!’”, zegt Gayle Kocer, de burgemeester van Martin, 30 kilometer verderop, die daar programma’s voor jongeren en verslaafden leidt. ,,Die kinderen komen ook weer in een uitzichtloze situatie terecht – niet zelden worden ze weggehaald bij hun alcoholistische moeders – en zo wordt de situatie in Allen in stand gehouden.”
Justin Poor Bear ziet het met lede ogen aan. Hij is manager van de enige winkel in het dorp: de Allen Store. ,,Waarom geeft de regering geld aan Afrika terwijl wij het hier nog harder nodig hebben?” Van president Obama verwacht Poor Bear niks. ,,Al zijn beloften bleken loos. En denk je nu echt dat zijn nieuwe banenwet Allen zal helpen? Kom op zeg. Dat is in het verleden ook niet gelukt.”
Als tweede baan zorgt Poor Bear dat de leerlingen op de American Horse-school niet spijbelen. ,,Ze dromen van een carrière als basketbalspeler bij de Tar Heels of als footballspeler bij de Blue Devils. Maar de scouts van die universiteitsteams komen niet naarAllen. Niemand durft hier naartoe te komen. Ze denken dat het hier gevaarlijk is, met al die criminaliteit en drugs- en alcoholmisbruik.”
Iedere 1ste en 15de van de maand, nadat de bijstandscheques in de postbussen van het postkantoor van Allen zijn gestopt, gaan de meeste mensen hiermee linea recta naar de slijterij 15 kilometer verderop. Alcohol kan op het reservaat dan wel verboden zijn, de inwoners van Allen laten zich hun drank niet ontnemen. Vrijwel iedereen heeft een strafblad en is óf verslaafd óf afgekickt.
,,Ze zijn zó afhankelijk van die cheques”, weet Kocer van het verslavingscentrum in Martin. ,,Zonder dat geld zouden ze verhongeren, daar ben ik van overtuigd. Maar binnen twee dagen is dat geld op. En dan hebben ze de rest van de maand niks meer.” Verslaafden komen sowieso niet in aanmerking voor een baan, want iedere werkgever eist dat sollicitanten met een drugstest aantonen dat ze ‘clean’ zijn. En drugs (vooral marihuana en een beetje cocaïne) en alcohol leiden weer tot huiselijk geweld en kindermisbruik.
Poor Bear (31) werd als jochie van vijf maanden door zijn grootmoeder weggehaald bij zijn ouders, die hem sloegen en sigarettenpeuken op hem uitdrukten. ,,Daar ben ik mijn oma nog iedere dag dankbaar voor.” Want hij mag dan ook op zijn 16de al voor het eerst vader zijn geworden, daarna deed hij zijn best om zich omhoog te werken. Met succes. De Allen Store mag dan niet veel voorstellen, de dorpswinkel loopt wel goed. ,,Ik wil een beter leven voor mijn kinderen. Dat wil toch iedere ouder?”
Ook Nicole Bear Hills probeert haar zes kinderen het goede voorbeeld te geven. Zij en haar man Quinten Red Bear behoren tot het handjevol gelukkigen dat een fulltime baan heeft. Zij leidt op het reservaat een programma tegen huiselijk geweld, hij werkt als cultuurdocent op de school. ,,Niet dat we daarmee boven de armoedegrens komen hoor”, zegt ze vanaf het trapje van haar huis waar ze samen met haar man, drie honden en zes kinderen (drie van haar, drie van hun beiden) woont. De kleinsten, gestoken in verwassen kinderkleren vol vlekken, lurken in de septemberzon aan een invrieswaterijsje. De ouderen zitten binnen bij de tv. ,,Een geluk: de satellietschotels zaten al aan het huis toen we er drie jaar geleden introkken”, zegt Red Bear. ,,Anders hadden we dat niet kunnen betalen.”
Voor luxe is geen geld, hier aan Allen Road. Maar geen haar op het hoofd van de familie dat denkt aan vertrekken. ,,Dit is toch thuis.”
Jonge moeder Marla Flood kent ook een leven buiten Allen. Ze vertrok als achttienjarige naar buurstaat Nebraska om er aan de lopende band te werken. Toen de fabriek naar Iowa verhuisde, verhuisde Flood mee. Ze vond het ‘awesome’ (geweldig) en haar ogen lichten op als ze erover praat. ,,Ik verdiende 15 dollar per uur en had mijn eigen appartement. Ik kon echt goed voor mezelf zorgen”, klinkt het trots vanuit de keuken van het troosteloze gemeenschapscentrum van Allen. Maar ja, toen raakte ze zwanger en verlangde ze terug naar haar familie. Weg eigen appartement: nu delen zij en haar dochtertje één van Allens houwtje-touwtje-huizen met twaalf anderen, onder wie haar moeder en zus.
Ooit hoopt ze alsnog haar middelbare school-diploma te halen en verder te leren, zodat ze ‘een echte baan’ kan krijgen. Liefst ver weg van Allen. Ze klinkt slim en vastberaden genoeg om het voor elkaar te krijgen. Maar de kans is groter dat ze op haar dertigste wakker wordt, Mariahs broertjes en zusjes ziet rondlopen en zich realiseert dat het geluk van haar kinderen minder belangrijk is dan de verleiding van alcohol. Zo gaat het immers al decennialang in Allen.

DE DAG WAAROP ALLES ANDERS WERD, 10 JAAR LATER

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Tien jaar geleden veranderde een zonnige dinsdag in 102 minuten in de zwartste dag uit de geschiedenis van Amerika. Gisteren werd daar op zes momenten bij stil gestaan – letterlijk en figuurlijk. Een impressie van wat er dit jaar rond Ground Zero op straat gebeurde op de tijdstippen die in het Amerikaanse geheugen staan gegrift.

* 08.46 uur: American Airlines vlucht 11 vliegt in de noordtoren van het WTC
De priester in St. Paul’s Chapel luidt de ‘Bell of Hope’. De grote klok staat buiten op het grasveld achter de kerk, die na 9/11 voor zoveel brandweermannen en vrijwilligers een rustpunt was.
Zuster Grace werkte destijds maandenlang in het stokoude kerkje dat als door een wonder op die 11de september ongeschonden bleef. Nu staat de non in een crèmekleurig habijt en met een groot houten kruis om haar nek bij de poort en heet ze bezoekers welkom. ,,Ik voelde me toen machteloos: kon niks anders doen dan bidden en een ‘hug’ (knuffel) geven. Ik zie één brandweerman nog op de kerkbank liggen, met een teddybeer in zijn armen geklemd.”

* 09.03 uur: United Airlines vlucht 175 boort zich in de zuidtoren van het WTC
John Coburn doopt zijn pen in zwarte inkt en zet de eerste streep op het witte papier. Omringd door nerveuze politieagenten tekent hij St. Paul’s Chapel. Net na 11 september 2001 verruilde de kunstenaar Canada voor New York.
Met inkt tekende hij er de taferelen van destijds, ook op plekken waar fotografen niet werden toegelaten. Nu wordt zijn werk op een steenworp afstand tentoongesteld; nabestaanden kregen zijn gebundelde tekeningen al eerder cadeau. Recent brandde zijn atelier af. Alleen de originele tekeningen die Coburn tijdens drie weken op Ground Zero maakte, bleven gespaard. ,,Ik denk dat ze zo doordrenkt waren van emotie dat het vuur er geen vat op kreeg.”

* 09.37 uur: American Airlines vlucht 77 crasht in het Pentagon
Op het moment dat tien jaar geleden het derde vliegtuig neerstortte, wandelen rechercheurs Bruno en Dress (voornamen mogen ze van de NYPD niet geven) een broodjeszaak binnen. Ze hebben tien minuten pauze en spenderen dat aan een zakje chips en een yoghurt met muesli.
Normaal gesproken houden ze zich bezig met georganiseerde misdaad, maar vanwege de terreurdreiging surveilleren ze in uniform op straat. Dress was tien jaar geleden nog geen agent. Bruno zat op de politieacademie en werd direct naar Ground Zero gestuurd om te helpen. ,,Ik herinner me alles, maar erover praten is moeilijk.” De politie werd na die dag overspoeld met respect. Daar merken agenten nu niks meer van, zegt Dress. ,,Vandaag is dat weer even terug.”

* 09.59 uur: De zuidtoren stort in
Bij één van de talloze checkpoints rond Ground Zero doorbreekt het gepiep van draagbare metaaldetectors de stilte. Iedereen die naar binnen wil, wordt gecontroleerd en moet zijn of haar paspoort laten zien. Een ongeduldige politiehond blaft.
Achter grote, witte betonblokken van de New Yorkse politie staat een eenzame man. Hij houdt een mast met twee vlaggen omhoog: de vlag waarop alle namen van de slachtoffers staan en de Amerikaanse vlag. Een stil eerbetoon. Verderop houden twee zwaarbewapende agenten vanaf een dak een oogje in het zeil. Vanaf andere daken schijnt het felle licht van talloze televisiecamera’s.

* 10.03 uur: United Airlines vlucht 93 stort neer in Shanksville
Kleine Stars and Stripes werden gisteren op iedere straathoek uitgedeeld, maar Patrick (7) heeft er geen. Brandweercommandant Anthony Catalanotto uit de Bronx hoort het jengelende kind en geeft hem zijn vlaggetje. Moeder Trish O’Neill geeft een dankbare hand. ,,Zonder jullie was Patrick er nooit geweest.” O’Neill werkte in de buurt van de torens en zag hoe het tweede vliegtuig in de zuidtoren vloog. Later zag ze mensen uit het brandende gebouw springen. Ze wil beschrijven hoe het was, maar ,,ik heb er geen woorden voor”. De brandweer spoorde haar aan om weg te gaan. ,,Daarom heb ik het overleefd.”

* 10.28 uur: De noordtoren stort in
Alsof iedere brandweerman van kazerne 10, pal aan Ground Zero, een ingebouwde wekker heeft, stellen ze zich precies op tijd in rijen op.
Op het commando van hun commandant heffen ze hun wit gehandschoende hand naar de wenkbrauw, een saluut aan alle New Yorkse brandweermannen die tien jaar geleden voor het laatst uitrukten. Op zaterdag werden zij al geëerd tijdens een kerkdienst in St. Patrick’s Cathedral aan Fifth Avenue. De stroom vlaggen – 343, voor iedere omgekomen collega één – leek oneindig. Vandaag dragen zes brandweermannen van Fire House 10 een zwarte sjerp met in zilveren letters de namen van collega’s van hun eigen korps.

SHANKSVILLE EN 9/11: VERBONDEN TEGEN WIL EN DANK

Terwijl de schijnwerper gisteren gericht stond op New York, opende Shanksville vijfhonderd kilometer verderop het monument voor vlucht 93. Tegen wil en dank.
(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
SHANKSVILLE (GPD) – Je auto volgooien in Shanksville? Vergeet het maar. Het dorpje aan de rand van het Allegheny-gebergte in Pennsylvania is zo klein dat zelfs aan een volle tank – een belangrijke Amerikaanse levensbehoefte – niet kan worden voldaan.
De kleine 250 inwoners woonden in een sereen dorp. Maar na 11 september 2001 was het gedaan met de rust. Om 10.03 uur stortte United Airlines vlucht 93 neer in een weiland en maakte zo in één klap een einde aan een kaping die in het Capitool van Washington had moeten eindigen en aan 44 mensenlevens; 33 passagiers, 7 bemanningsleden en 4 kapers. 
Donna Glessner voelt de grond nog schudden als ze er over praat. Met haar kinderen keek ze die ochtend op de tv naar de ramp die zich ver weg in New York en Washington voltrok. Ze dacht dat het een aardbeving was. Daarna dat het een ‘gewoon’ ongeluk was, met een nog ongelukkiger timing. De werkelijkheid bleek erger.
Nu is Glessner (53) één van de ‘Ambassadors’, een team vrijwilligers uit Shanksville die in diensten van twee uur antwoord geven op vragen van mensen die de plek waar het vliegtuig crashte bezoeken. Ze vindt het een roeping, maar wel eentje waaraan ze niet zo makkelijk gehoor gaf. Veel van haar dorpsgenoten nemen het haar niet in dank af. ,,Zij zeggen dat ze niet om de aandacht hebben gevraagd. Ze willen hun ‘small town’ terug.”
Alle beschrijvingen van de locatie waar de vierde Boeing op die 11de september neerstortte, zijn hetzelfde: een veld op het platteland van Pennsylvania. De typering slaat nog steeds de spijker op z’n kop. Zelfs met een TomTom is de plek makkelijk te missen. Er staat maar één bordje dat de weg wijst. Shanksville trekt dan ook niet miljoenen bezoekers zoals Ground Zero, maar een paar duizend mensen wekelijks het weten te wel vinden.
Zij zien een tentoonstelling die ingericht is in het roestige golfplaten schuurtje van waaruit de FBI het raadsel van de crash probeerde op te lossen. Blikvanger is het vogelhuisje dat de zus van Richard Guardagno, één van de slachtoffers, voor hem maakte. Omdat hij zo van de natuur hield. Aan een andere muur hangen briefjes van bezoekers. ‘Bedankt dat jullie de school niet hebben geraakt’, staat op de meeste. Als het vliegtuig die dinsdagochtend een paar honderd meter op dezelfde koers was doorgevlogen, had het de basisschool van Shanksville-Stonycreek geraakt. 
Het verhaal van vlucht 93 is bekend en verfilmd: de dappere passagiers en bemanning die in opstand kwamen tegen de kaping. De kapers besloten daarom de Boeing in het veld te boren, uit angst dat ze de controle over 3het vliegtuig zouden verliezen. Zo raakte Shanksville voor altijd verbonden met 9/11. Tegen wil en dank.
Dat maakt volgens Park Ranger Jeff Reinbold, de baas van het monument, de relatie tussen nabestaanden en Shanksville ook zo’n moeizame. ,,Er is geen inwoner van Shanksville omgekomen, dus ze hebben niks met elkaar gemeen.” Hij hoopt dat het gisteren ingewijde officiële memorial er wel in slaagt een brug te slaan.

9/11 COLUMN – HET LEVEN GAAT DOOR

(Van onze correspondent Hanneke Keultjes)
NEW YORK (GPD) – Vanaf het tijdschriftenrek bij de New Yorkse versie van de Etos kijkt een meisje met rood haar en sproeten me aan. Ze staat op de cover van People Magazine, normaal voorbehouden aan de goden van Hollywood. Tussen duim en wijsvinger houdt ze een medaillon dat aan een kettinkje om haar nek hangt. Het toont de beeltenis van een man.
Haar naam is Lauren McIntyre, lees ik op pagina 62. Ze is 9. De man op het fotootje is haar vader, Donald. Hij overleed op 11 september 2001, maar daar heeft Lauren niks van gemerkt. Zij zat toen nog veilig in de buik van haar moeder.
De ‘kinderen van 9/11’ werden na de aanslagen een symbool voor hoop. De afgelopen tien jaar werden ze gevolgd bij hun eerste schooldag, hun eerste honkbalwedstrijd en dansuitvoering. Het teken dat het leven ook na zo’n vreselijke aanslag gewoon doorgaat.
Daarom konden er ook al snel grappen worden gemaakt over de aanslagen. Een voorbeeld: ‘Heb je de aanbieding van American Airlines gezien? Ze vliegen je nu direct van het vliegveld naar kantoor’. Cru, maar humor is nu eenmaal een manier om te relativeren.
Voor Arabisch-Amerikaanse komieken ligt dat gevoeliger. Dean Obeidallah, zoon van een Palestijnse vader, voelde zich tot 11 september 2001 een ‘white guy’, zei hij donderdag in een klein theater aan de New Yorkse East Side, maar na die datum was dat anders. Als reactie op de beeldvorming na 9/11 organiseert hij over een paar weken voor de achtste keer het Arabisch-Amerikaanse comedy-festival. Worden daar ook grappen gemaakt over de aanslagen?, vraag ik. Obeidallah kijkt me aan of ik gek ben. ,,Lachen om zo’n tragedie, dat kun je nabestaanden toch niet aandoen?”
Brandweercommandant Jim Riches, eigenaar van het vriendelijkste gezicht dat ik ooit heb gezien, is zo’n nabestaande. Hij vertelde me een paar maanden geleden hoe hij op 25 maart 2002 het lichaam van zijn zoon Jimmy, ook brandweerman, uit de puinhopen van Ground Zero droeg. ,,Het gemis blijft, maar hij zou willen dat ik doorga met leven.” Dat doet hij voor Timmy, Danny en Thomas – zijn andere zonen – die alledrie na 9/11 bij de brandweer gingen.
Ook Lauren zal heus goed terechtkomen. Ik lees dat haar oudere zus Caitlyn het er moeilijker mee heeft. Zij kan zich haar vader nog echt herinneren. Lauren moet het medaillon dragen om het gevoel te hebben dat hij bij haar is. De vader die ze nooit levend heeft gezien.